Zorgen over minder lijkschouwingen

Aangepast op

In Nederland worden steeds minder obducties uitgevoerd. Het aantal inwendige lijkschouwingen is in twintig jaar met zestig procent afgenomen. Dat blijkt uit een onderzoek van het VPRO-programma Argos. De Nederlandse Vereniging Voor Pathologie (NVVP) noemt de daling zorgwekkend.

Van 9.811 obducties twintig jaar geleden werden er in 2013 nog maar 3.785 uitgevoerd op minder dan 3 procent van de mensen die vorig jaar overleden.

Juiste diagnose

Door middel van obductie is te zien hoe een ziekteproces is verlopen en of de behandelend arts de juiste diagnose heeft gesteld. De procedure wordt door artsen gebruikt om te controleren of ze een patiënt goed hebben behandeld en om daarvan te leren.

Door de komst van diagnostische technieken, zoals de MRI-scan, denken artsen nu vaak dat ze alles al weten over het ziekteverloop en de behandeling van hun patiënt. Dat is volgens de onderzoekers de belangrijkste reden dat het aantal obducties afneemt.

Vergoeding

Toch blijft obductie volgens de NVVP noodzakelijk. Uit een onderzoek van 337 obducties blijkt dat artsen in 1 op de 4 gevallen toch iets gemist hebben bij hun patiënt. Ook blijkt uit recent uit onderzoek dat 23,4 procent van de artsen een verkeerde diagnose heeft gesteld.

Een andere oorzaak voor de afname van het aantal obducties is dat nabestaanden steeds minder vaak toestemming geven als een arts een lijkschouwing voorstelt.

De derde oorzaak voor de afname hangt samen met de vergoeding van een obductie. Verzekeraars vergoeden die namelijk niet omdat het niet bij de behandeling hoort. De patiënt is immers al overleden. Ook in de algemene pot die ziekenhuizen hiervoor hebben ingesteld zit steeds minder geld.