TU Delft werkt aan maanlanding

De TU Delft is betrokken bij de voorbereidingen voor een nieuwe maanlanding. De Verenigde Staten willen voor het eerst sinds 1972 weer met een bemande ruimtecapsule naar de maan. In 2011 moet de eerste proefvlucht plaatsvinden.

Ruimtevaartorganisatie NASA heeft de Delftse faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek ingeschakeld om de oude ruimtecapsule Apollo zo te verbeteren dat er minder hittebestendig materiaal nodig is om door de dampkring heen te komen. 

"Mogelijk is aan de achterkant van de nieuwe ruimtecapsule niet zo'n grote beschermlaag nodig", zegt ingenieur Ferry Schrijer, lid van de onderzoeksgroep, in het universiteitsblad Delft Integraal. "Alle massa die we kunnen besparen, is meegenomen. Voor iedere kilo die de ruimte in moet, is vijftig tot zestig kilo brandstof nodig."

Windtunnels

Schrijer en zijn team gaan meten hoe de lucht langs de capsule stroomt en hoe warm de capsule op verschillende plekken wordt. Daartoe zal deze zomer een model van de laatste Apollo-ruimtecapsule in speciale windtunnels worden getest. 

Schrijer: "We willen onderzoeken wanneer mooie gelaagde luchtstroming overgaat in chaotische turbulente stroming."

Groter

Begin 2005 kondigde de Amerikaanse president Bush nieuwe ruimtevaartmissies aan. Pas een jaar later kregen de plannen een serieus karakter. 

Besloten is terug te grijpen op de aloude Apollo-capsules, omdat vluchten met de opvolger ervan, de spaceshuttle, enorm duur zijn. De nieuwe versie van de Apollo moet wel een stuk groter worden dan de oude capsules. De nieuwe variant, ook wel Orion-capsule genoemd, gaat gebouwd worden door Lockheed Martin. NASA ontwikkelt de bijbehorende Ares-raket.

Tussen 1969 en 1972 hebben in totaal twaalf mensen op de maan gestaan. De laatste betreders waren astronauten Eugene Cernan en Harrison Schmitt met de Apollo 17.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio