"Vrijlating niet afdoen met brief"

Aangepast op

"Ik had graag gewild dat ze mij hadden gebeld en hadden gezegd: mogen we even met u praten, we willen u wat vertellen. Dat ze mij dat hadden uitgelegd. Ik vind niet dat je dat af moet doen met een briefje. Het is niet zomaar iets."

Martin Roos is oprichter van de stichting 'Aandacht doet Spreken', een contactgroep voor nabestaanden van slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven. Roos heeft hetzelfde meegemaakt als de familie van Pim Fortuyn, de politicus die op 6 mei 2002 werd vermoord door Volkert van der Graaf, die binnenkort vrijkomt. De zoon van Martin Roos werd in 2000 vermoord en de dader kwam onlangs vrij. In het Radio 1 Journaal vertelt hij hoe dat ging.

Hoe werd u ingelicht door het Openbaar Ministerie?

"Ik ontving een summier briefje waarin stond dat de dader die en die datum vrij zou komen. Er waren voorwaarden aan de vrijlating gesteld, stond er ook in. Ik had verwacht dat die in de brief wel zouden worden genoemd. Maar dat was niet het geval."

Hoe ver voor zijn vrijlating kreeg u deze brief?

"Ik ontving de brief een week voor tijd."

Had u begeleiding of hulp gewild?

"Ja. Natuurlijk had ik dan hetzelfde te horen gekregen en je weet ook dat het eraan komt. Maar ik vind dat je dit niet af moet doen met zo'n briefje. Daar zijn toch wel mensen voor? Het OM heeft mensen genoeg die met zo'n briefje naar je toe zouden kunnen komen."

Is deze gang van zaken gebruikelijk?

"Dat je gewoon een brief krijgt? Ja, zo gaat dat. Ik ben daarover in gesprek gegaan, vanuit de stichting. Wij willen dat de brief persoonlijk wordt gebracht bij mensen die dit hebben meegemaakt."

Hoe werd daarop gereageerd?

"Ze staan er voor open en eerlijk is eerlijk, er zijn wel verbeteringen op komst. Maar ik had gehoopt dat het al beter was. Dit jaar ervaar ik het zelf, door het briefje dat in de bus lag. De voorwaarden stonden er niet in, het gebiedsverbod ook niet. Daar moest ik zelf achteraan."

U kunt de moordenaar van uw zoon gewoon weer tegenkomen. Is dat uw grote angst?

"Ja, die angst heb ik. Het gebiedsverbod was in 2012 al afgesproken met het OM, maar dat werd in de brief niet genoemd. Dus ik kreeg een raar gevoel."

U vreesde dat de voorwaarde eraf was?

"Ja, ik dacht: waar staat het? Ik heb dus gebeld. De een wist iets, de ander niets. Dat verbaast mij. Uiteindelijk bleek de voorwaarde inderdaad nog te bestaan."

Bent u de dader weleens tegengekomen?

"Nee, gelukkig niet. Het gebiedsverbod is er en ik hoop dat hij zich daaraan houdt. Dan kan ik ook gewoon verder."

Vindt u gehoor bij het OM met uw klachten en uw stichting?

"Ja, absoluut. Het heeft een tijdje geduurd, maar ik kan zeggen dat er de laatste drie jaar goed wordt geluisterd. Er zijn verbeteringen op komst."