Bij de strijd om het stemgewicht van Polen in de EU heeft premier Jaroslaw Kaczynski de Tweede Wereldoorlog als argument ingezet. Het aantal stemmen van de lidstaten is gebaseerd op het aantal inwoners.
Dat zou hoger zijn geweest als de oorlog er niet was geweest, zei Kaczynski in een interview met de Poolse radio. Zonder de oorlogsjaren zou Polen nu een natie van 66 miljoen inwoners zijn geweest, bracht de premier naar voren. Tussen 1939 en 1945 kwamen 6,5 miljoen Polen om, onder wie 3,5 miljoen joden.
Kaczynski wil de macht van Duitsland beperken. In het emotionele radio-interview eiste hij dat Duitsland Polen compensatie biedt voor de Tweede Wereldoorlog.
"We eisen alleen maar dat we terugkrijgen wat van ons is afgenomen. Als Polen niet de jaren 1939-1945 had hoeven doorstaan, zou Polen nu een bevolking van 66 miljoen mensen hebben gehad."
Polen is het niet eens met de stemverdeling in de Europese Unie. Warschau doet er alles aan om meer invloed te verwerven in de unie. De komende dagen overleggen de EU-leiders over de toekomst van de Europese grondwet.
Laaggespannen
De verwachtingen dat er na twee dagen een nieuw verdrag ligt, dat het grondwettelijke verdrag moet vervangen, zijn laaggespannen. Het Duitse voorzitterschap sloot gisteravond niet uit dat de top zal mislukken.
Vrijwel alle landen hebben lange lijsten met voorwaarden en eisen op tafel gelegd. De Duitse voorzitter Merkel zal uiterst omzichtig te werk moeten gaan om vrijdagavond (of vrijdagnacht) iedereen tevreden te krijgen.
Al ruim voor de top heeft Merkel gezegd dat zij een nieuw verdrag wil hebben waarmee de unie de komende jaren vooruit kan. Twee jaar geleden wezen de Fransen en de Nederlanders de grondwet, of beter gezegd, het grondwettelijk verdrag, af in referenda.
Harde dobber
Sindsdien verkeert de Europese Unie in een impasse. De Duitse voorzitter Merkel heeft al bij het begin van haar voorzitterschap gezegd dat zij de EU weer wil vlot trekken.
Maar Merkel zal er een harde dobber aan krijgen om dwarsliggers als Nederland en Polen binnenboord te houden. Nederland wil, als enige, graag dat de nationale parlementen Europese wetgeving kunnen blokkeren, via de zogenaamde 'rode kaart'-procedure. Maar vrijwel alle landen zien niets in het Nederlandse voorstel.
Voorzitter Duitsland wil niet verder gaan dan een 'oranje kaart'. Die houdt in dat de Europese Commissie nieuwe wetgeving serieus in heroverweging moet nemen als een substantieel deel van de nationale parlementen moeite heeft.
Ook Spanje en Groot-Brittannië staan lijnrecht tegenover elkaar. In de Duitse voorstellen staat dat er een Europese minister van Buitenlandse Zaken moet komen. De Spanjaard Javier Solana, de huidige EU-buitenlandcoördinator, is voor die functie de belangrijkste gegadigde, maar Londen ziet niets in zo'n minister. Groot-Brittannië wil zijn eigen defensie- en buitenlandbeleid kunnen blijven bepalen.
Deel deze pagina
»
»
»