De Hoge Raad gaat zelf nader onderzoek doen in de Deventer moordzaak. Daarmee is het besluit of de zaak wel of niet wordt heropend, uitgesteld.
In de Deventer moordzaak werd Ernest Louwes enkele jaren geleden veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf voor de moord op de 60-jarige weduwe Wittenberg uit Deventer, in 1999.
Louwes, die destijds fungeerde als executeur-testamentair van de vrouw, heeft altijd ontkend de moord te hebben gepleegd.
Zijn advocaat, Geert-Jan Knoops, had gevraagd om heropening van de zaak, omdat er volgens hem nieuwe feiten bekend zijn waardoor de klusjesman van de vermoorde vrouw als verdachte moet worden aangemerkt.
Strafdossier
Het gaat hierbij om de getuigenis van een medewerker van de begraafplaats in Deventer. Twee politiemensen hebben van hem belastende informatie gekregen over klusjesman Michael de Jong, maar die verklaring is nooit in het strafdossier terechtgekomen.
De begraafplaatsmedewerker heeft ooit verklaard dat hij - voordat de weduwe dood was aangetroffen - gesproken heeft met De Jong. Die zou toen hebben gezegd dat de weduwe met vijf messteken was omgebracht. Dat zou kunnen duiden op daderkennis.
Doordat de getuigenis niet in het strafdossier stond, kon het gerechtshof die niet meenemen in het oordeel over Louwes.
Novum
De verklaring kan een 'novum' zijn, een reden voor de Hoge Raad om de zaak te heropenen. De Raad moet er dan wel van overtuigd zijn dat de uitspraak van het hof anders had kunnen uitpakken als het van de 'nieuwe informatie' op de hoogte was geweest.

»
»