De oorlog die het M-Oosten veranderde

Heel Jeruzalem veroverd na felle gevechten - Arabisch verzet gebroken - Israëli's naderen Suez-kanaal

Met die koppen opende De Volkskrant van 7 juni 1967. De teksten laten niets aan de verbeelding over: de joodse staat was bezig een eclatante zege te boeken op zijn Arabische buurlanden. In de vroege ochtend van 5 juni was het Israëlische leger zélf de oorlog begonnen en op 10 juni was-ie alweer voorbij. 

Zes dagen die de geopolitieke situatie in het Midden-Oosten grondig zouden wijzigen. Het kwetsbaar geachte Israël had in een preventieve oorlog avant la lettre  laten zien dat het ruim twintig jaar na de Tweede Wereldoorlog was uitgegroeid tot een regionale militaire grootmacht. 

Het leger veroverde de Sinaïwoestijn en de Gazastrook (op Egypte), de Golan-hoogvlakte (op Syrië) en de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem (op Jordanië). Sindsdien staan die veroveringen bekend als de "bezette gebieden", behalve in Israël zelf waar politici liever spreken van simpelweg 'de gebieden', of 'de betwiste gebieden'. 

Nasser

De oorlog in die eerste junidagen van 1967 kwam natuurlijk niet uit de lucht vallen. Het was vooral de Egyptische president Nasser die de weken ervoor voortdurend oorlogszuchtige taal jegens Israël bezigde en opriep tot een totale vernietiging van de joodse staat. Daarin gesteund door de Syrische president Assad en, zij het wat aarzelend, door de Jordaanse koning Hoessein. 

De spanning liep in mei '67 snel op toen Nasser het vertrek ordonneerde van de VN-vredesmacht die als buffer tussen Israël en Egypte was gestationeerd in de Sinaïwoestijn en de Gazastrook. Kort daarop blokkeerden Egyptische troepen de straat van Tiran voor Israëlische schepen. In de dagen daarna nam het Egyptische leger posities in in de Sinaïwoestijn en trokken Syrische en Jordaanse troepen zich samen langs de grens met Israël.

Op 1 juni verklaarde Nasser, groot promotor van de pan-Arabische gedachte: "De legers van Egypte, Jordanië, Syrië en Libanon staan klaar aan de grenzen van Israël... om de uitdaging aan te gaan, terwijl de legers van Irak, Algerije, Koeweit, Soedan en de hele Arabische natie achter ons staan. Deze gebeurtenissen zullen de wereld verbijsteren. Vandaag zullen ze weten dat de Arabieren klaar zijn voor de strijd, het kritieke uur is aangebroken. We hebben het punt van serieuze actie in plaats van meer verklaringen bereikt."

Dat was het sein voor Israël om het zekere voor het onzekere te nemen. Na overleg met Washington besloot de regering tot een preventieve aanval op de drie buurlanden. 

Luchtmacht

Het eerste doelwit was de Egyptisch luchtmacht, bestaande uit 385 vliegtuigen, allemaal van Sovjet-makelij. In een klap vernietigden Israëlische bommenwerpers de vrijwel de gehele Egyptische luchtvloot. Ook de meeste vliegvelden werden verwoest. Onder leiding van generaal Ariël Sharon (de latere premier) rukte het Israëlische leger op en veroverde de hele Sinaïwoestijn op Egypte.

Op diezelfde vijfde juni opende Israël ook de aanval op de Syrische luchtmacht. Ook die bleek niet bestand tegen de verrassingsaanval. Tweederde van de vliegtuigen werd diezelfde dag nog verwoest. De dagen daarna opende het Israëlische leger de aanval op Syrische troepen die het land vanuit het noorden bedreigden. De Syriërs werden teruggedrongen en Israël bezette de strategisch belangrijke Golan-hoogvlakte. 

Koning Hoessein van Jordanië aarzelde lang om zich aan te sluiten bij de anti-Israëlische coalitie. Door niet mee te doen riskeerde hij een opstand in eigen land: van de ongeveer een miljoen Palestijnen die in 1948 van hun grondgebied in Israël waren verdreven of gevlucht. Koning Hoessein zwichtte en liet zijn troepen op 5 juni vanuit Oost-Jeruzalem de aanval openen op het joodse westelijk deel van de stad. 

De aanvallen veroorzaakten weinig schade en de dagen erna sloeg het Israëlische leger terug. De hele Westelijke Jordaanoever werd veroverd, alsmede het Arabisch oostelijk deel van Jeruzalem. Daarmee ging een lang gekoesterde wens van veel religieuze joden in vervulling: de verovering van wat zij noemen Judea en Samaria , onderdeel van het bijbelse land Israël. Plus de inname van Oost-Jeruzalem inclusief de 'oude stad', met de voor joden heilige klaagmuur. 

VN-Resoluties

De internationale gemeenschap, in juni niet in staat om een oorlog te voorkomen, probeerde een half jaar later (in november) de situatie in het Midden-Oosten te 'normaliseren'. 

De befaamde VN-resolutie 242 van 22 november 1967 eiste dat Israel zich zou terugtrekken uit de bezette gebieden, in ruil voor een einde aan de vijandelijkheden. Tegelijk erkende de resolutie de rechten van een staat (in dit geval Israël) op veilige grenzen. Israël heeft altijd geweigerd deze resolutie uit te voeren. 

In 1978 sloot Israël een vredesakkoord met Egypte, op initiatief van de Amerikaanse president Jimmy Carter. Onderdeel van het akkoord was de teruggave van de Sinaïwoestijn aan Egypte. 

Ook met Jordanië sloot Israël vrede, in 1994. Jordanië zag af aanspraken op de Westelijke Jordaanoever. Daar wonen vooral Palestijnen en dus zou daar uiteindelijk een eigen Palestijnse staat moeten verrijzen. 

Met Syrië lijkt een vredesakkoord nog niet in zicht. Er zijn geen directe contacten tussen beide landen. Syrië eist de onvoorwaardelijke teruggave van de Golanvlakte en Israël eist op zijn beurt dat Syrië het bestaansrecht van de joodse staat erkent. 

Oslo-akkoorden

In 1993 leek een oplossing voor het Palestijnse-Israëlische conflict nabij met de ondertekening van de Oslo-akkoorden, tijdens een ceremonie in de tuin van het Witte Huis, door PLO-leider Arafat de "the peace of the brave", genoemd, de vrede van de dapperen. Israël erkende het recht van de Palestijnen op een eigen staat op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook In ruil erkende de PLO van Yasser Arafat het bestaansrecht van de staat Israël. 

De bezette gebieden en de joodse nederzettingen zouden onderwerp zijn van verdere onderhandelingen, net als de vluchtelingenproblematiek en de status van Jeruzalem. De moord op de Israëlische Rabin (door een rechtse joodse nationalist) betekende uiteindelijk ook het failliet van de Oslo-akkoorden. 

In 2005 besloot de toenmalige Israëlische premier Sharon om de bezetting van de Gazastrook te beëindigen. Hier woonden op een klein stukje grond maar een beperkt aantal Israëlische kolonisten, temidden van meer dan een miljoen Palestijnen. De beveiliging van de kolonisten kostte de joodse staat handenvol geld. 

Bovendien maakt de Gazastrook geen deel uit van het bijbelse Israël en had daarmee niet de emotionele betekenis voor religieuze joden die de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem wél hebben. Overigens betekende de ontruiming van de Gazastrook niet het (gehoopte) einde van het onderlinge geweld. Uiteindelijk lijken de meeste Israëliërs ervan doordrongen dat vrede met de Palestijnen en de buurlanden alleen mogelijk is als hun land bereid is afstand te doen van tenminste een deel van de bezette gebieden. 

Het gaat dan vooral om de Westelijke Jordaanoever. Hier wonen ongeveer 2,5 miljoen Palestijnen en 400.000 kolonisten in joodse nederzettingen. Het is een illusie om te denken dat Israël die nederzettingen allemaal zal ontmantelen, zoals de Palestijnen willen. Dat geldt in het bijzonder voor de nederzettingen in en rond Oost-Jeruzalem. 

Na de Zesdaagse Oorlog heeft Israël Oost-Jeruzalem geannexeerd en beschouwt het Jeruzalem als de eeuwige en ondeelbare hoofdstad van Israël. En dat is voor de Palestijnen onverteerbaar: voor hen is Al-Quds (de Arabische benaming van de stad) de hoofdstad van hún toekomstige Palestijnse staat.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio