Door NOS-correspondent Tim Overdiek
Ze ziet er sterk uit. Haar glimlach is ontwapenend. Maar voor een weduwe is ze natuurlijk veel te jong, bijna 45 jaar. En als je met haar praat, voel je onmiddellijk de pijn, de frustraties, de boosheid en, dat vooral, het kille besef dat een oplossing van de moord op haar man, Alexander Litvinenko, nog lang niet binnen handbereik is.
Op deze vrijdagochtend komt Marina Litvinenko met gemengde gevoelens naar het persgesprek. Wat blijkt? Haar zoon, Anatoli, is jarig. Hij wordt dertien jaar oud, en Marina vindt het spijtig dat ze hem deze dag niet zal zien. Van 's morgens vroeg laat in de middag moet ze haar nieuwe boek promoten, samen met co-auteur Alex Goldfarb.
En dat is minstens zo belangrijk, zo niet belangrijker omdat ze maar niet kan vergeten wat haar Sasja, zoals Alexander liefkozend wordt genoemd, haar op zijn sterfbed op het hart drukte. "De wereld moet weten wat mij is overkomen", sprak Litvinenko, en hij moedigde zijn vrouw aan om vooral de publiciteit te blijven zoeken.
Intriges
Samen met familievriend Alex Goldfarb schreef ze het boek Dood van een Dissident, dat vanaf maandag in de Nederlandse boekhandels ligt. Het is niet zozeer een persoonlijk relaas van de ruim dertien jaar dat ze elkaar kenden, als wel een gedetailleerde beschrijving van Litvinenko's loopbaan in dienst van het Kremlin.
Het verhaalt van de intriges, de corruptie en de manipulatie die binnen de KGB en de latere opvolger FSB gemeengoed waren. Rode draad is de beschuldiging van Litvinenko dat het Kremlin aanstichter was van een terreuraanslag op een flatgebouw in Moskou, waar tientallen mensen om het leven kwamen. Tsjetsjeense rebellen kregen de schuld.
Na de aanvraag van politiek asiel in Groot-Brittannie wist Litvinenko dat er een prijs op zijn hoofd stond. Hij kreeg een nieuwe identiteit, Edward Redwald Carter, maar omdat hij zo openlijk tekeer ging tegen het regime van Poetin, werd de oud-spion een doorn in het oog van de Russische overheid. Marina kende de risico's, maar dacht er nauwelijks aan.
Strijdlust
"We waren zes maanden geleden nog volop plannen aan het maken. Over een vakantie. Over het onderwijs van Anatoli", vertelt ze. "Nooit heb ik rekening gehouden met de mogelijkheid dat hij zou worden vermoord." En al helemaal niet met de manier waarop. Het radio-actieve polonium-210 vernietigde zijn lichaam. Maar niet zijn geest.
Want, zo zegt Marina, die leeft nu voort in haarzelf en in haar zoon. En haar strijdlust is voelbaar als hoofdverdachte Andrei Lugovoi ter sprake komt. "Ja, ik ben ervan overtuigd dat hij het gedaan heeft. Ook al had Logovoi zelf geen motief, denk ik." Waarmee ze aangeeft dat de opdracht van hogerhand is gekomen. Van Poetin persoonlijk?
"Sasja is vermoord door Polonium-210. Dat is een feit", zegt ze fel. "En dat spul kun je alleen van staatswege krijgen. Rusland loopt hierin voorop. En Poetin heeft altijd van zichzelf dat hij overal de eindcontrole over houdt.' Kortom, een simpel rekensommetje. Niet dat ze Poetin hoog heeft zitten. "Poetin vertegenwoordigt niet mijn Rusland."
Spoor
Scotland Yard heeft alleen Lugovoi aangewezen als hoofdverdachte. Dat gebeurde op basis van het alleszeggende Polonium-spoor dat de Rus overal achterliet. De man beweerde donderdag dat Litvinenko in dienst was van het Britse MI6, de buitenlandse veiligheidsdienst. En die zou achter de moord zitten.
"Ach, ik heb helemaal geen zin om hier op in te gaan", zegt Marina Litvinenko. "We hebben het over de moordenaar van mijn echtgenoot. Nee, ik geloof hem niet." Dan onderbreekt haar mobiele telefoon ons gesprek. Haar zoon. In het Russisch voert ze een kort gesprek met hem. "Ik moest hem natuurlijk even feliciteren."
"Dertien", had Anatoli plechtig verklaard. "Nu ben ik een tiener, geen kind meer." Met gespeeld afgrijzen houdt Marina haar handen voor het gezicht. En dan: "In Anatoli herken ik juist de kinderlijkheid die Sasja ook nog steeds had. Nooit zag ik in hem een kille KGB-man. Integendeel, hij was een van de zachtste mannen die ik ooit heb ontmoet."

»
»