Een groep van ruim honderd genetici uit meerdere landen heeft vijf nieuwe genen ontdekt die een rol spelen bij het ontstaan van borstkanker.
Ook onderzoekers verbonden aan het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam en het Leids Universitair Medisch Centrum hebben hun bijdrage geleverd.
De genen leiden op zich slechts tot een iets grotere kans op borstkanker, maar in combinatie met elkaar tot een duidelijk verhoogd risico van 20 tot 25 procent. Door de vondst kan de ziekte in de toekomst in een eerder stadium worden vastgesteld en daardoor ook beter bestreden worden.
Overerfelijk
Gemiddeld krijgt één op de negen vrouwen borstkanker. In vijf tot tien procent van de gevallen betreft het borstkanker met een genetische en overerfelijke achtergrond. In die types van borstkanker spelen de genen een belangrijke rol.
Er waren al twee genen bekend die de kans op borstkanker sterk vergroten, maar die konden maar een kwart van de erfelijke gevallen verklaren. Met de vijf nieuwe genen kan het risico op borstkanker no veel preciezer in kaart worden gebracht.
Bij het onderzoek zijn DNA-patronen van meer dan vijftigduizend vrouwen met elkaar vergeleken en geanalyseerd. De helft van de vrouwen had borstkanker, de andere helft was gezond. De wetenschappers hebben ook gebruik gemaakt van de gegevens van enkele duizenden Nederlandse vrouwen.
Nature
Hoogleraar oncologie Jan Klijn van het Erasmus Medisch Centrum is een van de auteurs van het artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Nature waarin de ontdekking wereldkundig is gemaakt.
Volgens Klijn zullen de resultaten "een prikkel zijn voor het hele onderzoek naar borstkanker, waardoor op korte termijn nog meer ontdekkingen zullen worden gedaan".
Klijn verwacht dat binnen één of twee jaar chips zijn ontwikkeld die bij vrouwen met een verhoogd risico kunnen worden ingebracht, waardoor zij nog frequenter gecontroleerd kunnen worden.
Deel deze pagina
»
»