"Brief Guy Môquet voorlezen op school"

Door Philip Freriks

Al jaren is hij mijn buurjongen om zo te zeggen. Van nummer 34 in de straat achter ons. Een heel gewone straat in een heel gewone volksbuurt. Buiten hangt er een plaatje met zijn naam. Elke keer, zonder mankeren, kom ik hem tegen op het dichtstbijzijnde metrostation.  

Op het perron Direction Châtillon is een kleine uitstalkast ingericht met zijn foto. Daarop een wat oude jongen van 17, iets te volwassen aangekleed zoals het toen de gewoonte was. Colbert, overhemd, stropdas, zorgvuldig gekamde haren. Misschien met een beetje brillantine. Een nette jongen. 

En daar, achter het glas, ligt ook die brief die ik elk jaar wel een keer lees maar vaak ook heel bewust mijd zoals ik hem dan ook probeer te ontlopen. Dat is heel simpel overigens: instappen in de laatste wagon, dan hoef ik niet langs die uitstalkast. Zijn naam is al genoeg op zo'n dag want het metrostation is naar hem vernoemd. Guy Môquet, op lijn 13 van Saint-Denis naar Châtillon en omgekeerd.

1941

De buurjongen van nummer 34 in de straat achter ons, werd op 22 oktober 1941 gefusilleerd, als vergelding voor de aanslag op een hoge Duitse officier. Hij was één van de vijftig communistische gijzelaars die werden geëxecuteerd op initiatief van de collaborerende Franse minister van Binnenlandse Zaken. De bewindsman had deze communisten aangewezen om aldus het leven te sparen van vijftig 'goede' Fransen. 

Guy Môquet was de jongste. De avond voor zijn executie vernam hij wat hem te wachten stond en schreef hij zijn afscheidsbrief aan "Mijn lieve kleine moeder, mijn lieve kleine broer en mijn geliefde papa". De eerste zin was "Je vais mourir, Ik ga sterven" en dat vind ik nog altijd tamelijk ondraaglijk. 

Hij smeekte zijn 'moedertje' om moedig te zijn "want dat ben ik ook en ik wil het evenzeer zijn als degenen die mij voorgaan". Hij hoopt dat zijn kleren worden teruggestuurd zodat zijn broer Serge ze kan dragen "met trots naar ik hoop". 

En hij verzekert zijn 'petit papa' dat hij zijn best heeft gedaan om "de weg te volgen die jij me gewezen hebt." Dan groet hij "toi maman, Serge, papa" voor de laatste keer, "jullie omhelzend met heel mijn kinderlijke hart." Zo'n brief dus.

Sarkozy

De nieuwe Franse president Sarkozy wil dat hij voortaan elk jaar op de scholen wordt voorgelezen. Om de 17-jarigen van nu aan het denken te zetten. Waarschijnlijk vanwege de allerlaatste zin, zijn allerlaatste gedachte: "Jullie die achterblijven, wees ons die gaan sterven, waardig." Zeventien jaar en dat nalaten als testament. De volgende dag om vier uur 's middags staat Guy Môquet voor het vuurpeloton. Zonder blinddoek. Om niet voor de anderen onder te doen.

Ik had de brief al wel een aantal malen gelezen toen ik wat meer over die jongen van de foto te weten kwam. En zo werd hij van held een gewoon joch. Wel zo aardig. Als zoon van een communistisch kamerlid was hij lid van de communistische jeugdbeweging. Niet een fanaticus. Meer een jongen die via de politieke strijd de weg naar de meisjes zocht.

Hij zat op het lyceum bij ons in de buurt, het is er nog altijd. Hij was bij lange na niet de beste van de klas, meer één die de kantjes er een beetje afliep en graag keet schopte als het zo uitkwam. Hij kwam ook geregeld in dat ene café aan het einde van de straat, op de kruising die nu bekend staat als Little Kinshasa omdat het een trefpunt van Congolezen is. Toen was daar de stamkroeg van de communisten uit de buurt.

Aardige jongen dus. Niet de smetteloze held die de communistische partij van hem heeft proberen te maken. Een jongen die al zijn povere moed samenraapte om in die laatste momenten overeind te blijven. "Zeventien en een half jaar. Mijn leven is kort geweest. Maar ik heb geen spijt behalve dat ik jullie moet verlaten", schreef Guy Môquet tenslotte.

Wat moet je met zo'n brief? Af en toe weer lezen dan maar. Om bij de les te blijven. En als dat helpt, heeft Sarkozy in ieder geval één goede beleidsdaad verricht.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio