Het Libanese leger bombardeert opnieuw stellingen van Fatah al-Islam. Strijders van de Palestijnse splintergroepering hebben zich verschanst in het vluchtelingenkamp Nahr el-Bahred bij de havenstad Tripoli.
De regering heeft opdracht gegeven de islamitische radicalen te elimineren.
Een hulpkonvooi van de Verenigde Naties werd geraakt toen twee granaten ontploften op het moment dat de wagens het kamp ingingen. Een pick-up truck en een wagen met water kwamen vast te staan in de vuurlinie.
Volgens een VN-medewerker is er tenminste een gewonde en lukte het de hulpverleners niet al hun voedsel, water en hulpmiddelen af te leveren.
Bestand
Het konvooi maakte gebruik van een staakt-het-vuren om het kamp in te gaan. Het is onbekend van welke zijde het bestand werd geschonden.
Gisteren probeerde een VN-konvooi ook al het kamp in te gaan toen er een staakt-het-vuren leek te zijn, maar toen werden de beschietingen weer hervat voordat de wagen op de plek van bestemming was aangekomen.
De Palestijnse bewoners van het kamp hebben grote behoefte aan hulp. De doden worden niet weggehaald, gewonden krijgen geen verzorging en er is nauwelijks voedsel en water.
Zondag braken gevechten uit in het vluchtelingenkamp waar 40.000 Palestijnen wonen toen de politie een aantal militanten wilden arresteren. Er was verzet tegen de arrestaties, waarna het geweld zich uitbreidde. Ook maandag werd er gevochten. Exacte cijfers over het aantal slachtoffers ontbreken omdat het kamp van de buitenwereld is afgesloten.
Eigen ordetroepen
In het vluchtelingenkamp Nahr el-Bahred maken de Palestijnen de dienst uit. Ze hebben hun eigen ordetroepen en hun eigen wapens. Libanese militairen mogen er niet in.
Na de stichting van Israël in 1948 sloegen de Palestijnen massaal op de vlucht naar de buurlanden, waaronder Libanon. Het overwegend christelijke Libanon zat niet te wachten op zoveel moslims en zag hen het liefst weer zo snel mogelijk vertrekken. Ze kregen geen staatsburgerschap en geen werkvergunning.
Onder druk van de Arabische landen stemde Libanon in 1969 wel in met het zogeheten Cairo-akkoord. Dat hield in dat de Palestijnen zelf hun orde mochten bewaken in hun kampen en dat het Libanese leger daarbuiten blijft.
Onrustig
Deze afspraken gelden nu nog steeds. Niet alleen in het nu zo onrustige kamp bij Tripoli, maar ook in de elf andere vluchtelingenkampen die Libanon telt, waar in totaal zo'n 400.000 Palestijnen wonen.
Dit zijn allemaal enclaves binnen een land met een eigen economie, eigen ordetroepen en gewapende extremisten. Zij dreigen nu vanuit hun enclave de broze stabiliteit in Libanon aan het wankelen te brengen.

»
»
»