Zorginstanties in Rotterdam hebben veel te weinig samengewerkt in de zaak van het 'Maasmeisje' Gessica, dat vorig jaar werd vermoord. Dat is de belangrijkste conclusie uit een onderzoeksrapport van vier inspecties.
In het rapport van de inspecties - de Inspectie van het Onderwijs, de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid, de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Inspectie Jeugdzorg - staat dat de coördinatie tussen Jeugdzorg, huisarts en school ontbrak en dat ze onderling geen informatie uitwisselden.
De verschillende instanties hebben zich met het meisje bemoeid en het was bekend dat de toestand in het gezin zorgelijk was, maar ze ondernamen geen actie. Eerder ingrijpen in het gezin was mogelijk geweest, aldus het rapport.
Tassen
Lichaamsdelen van de 12-jarige Gessica werden vorig jaar juni aangetroffen in verschillende tassen in en bij de Maas in Rotterdam. Het meisje was al een tijdje niet op school verschenen, omdat ze volgens haar vader in Mexico verbleef. Ze was dan ook niet als vermist opgegeven.
Omdat in eerste instantie niet bekend was van wie de lichaamsdelen waren, liet het Openbaar Ministerie het hoofd van het slachtoffer reconstrueren. Verschillende mensen herkenden Gessica in het Maasmeisje.
De vader van het meisje wordt gezien als verdachte in de zaak. De Rotterdammer zit vast en moet zich dit najaar voor de rechter verantwoorden.
Uit onderzoek bleek dat Gessica en haar vader werden begeleid door Jeugdzorg. Het meisje woonde een tijdje in een opvanghuis, maar Jeugdzorg liet haar terugkeren naar haar vader.
IJkpunt
Het rapport wordt door insiders gezien als een belangrijk ijkpunt in de hele jeugdzorgdiscussie. Het is uitzonderlijk dat vier inspecties zich over een incident buigen. Ook de timing is bijzonder: deze week werd bekend dat het opnieuw crisis is in de jeugdzorg: de wachtlijsten lopen op ondanks een miljoeneninvestering door de overheid.

»
»
»