Rosenthal beleefde 1 oorlog te veel

Door redacteur Linda Helsdingen

Het correspondentschap van Eddo Rosenthal (60) zit erop. "Toen ik vier jaar geleden mijn laatste contract tekende, wist ik dat ik op mijn 60ste moest stoppen. Ik had veel liever zelf bepaald wanneer ik ermee op zou houden. Maar ik heb me neergelegd bij de situatie en nu denk ik: het is ook eigenlijk wel genoeg geweest. Ik ben ruim dertig jaar voor de NOS correspondent in Israël geweest." 

"In 1976 ben ik begonnen, onder Ed van Westerloo. Altijd was ik oproepbaar. Zeven dagen in de week, 24 uur per dag. Daar hield ik constant rekening mee."

"Ik durfde nooit kaartjes te bestellen voor een voorstelling die drie weken later zou plaatsvinden, omdat ik opgeroepen kon worden. En ik hield ook vaak een slag om de arm als mijn vrouw en ik werden uitgenodigd voor een etentje. Want je wist het maar nooit. Ik kon elk moment gebeld worden vanuit Hilversum."

Slapeloze nachten

De afgelopen decennia deed Rosenthal verslag van veel oorlogen en conflicten in het Midden-Oosten. Nu hij op die hele periode terugkijkt, komt hij tot de conclusie dat hij één oorlog te veel heeft meegemaakt: de oorlog tussen Israël en Libanon, vorig jaar zomer. Die vergde (te) veel van hem. 

"Ik vond dat ik toen niet goed als correspondent functioneerde. De situatie greep me te veel aan, waardoor ik mijn werk niet goed kon doen." 

Rosenthal is bang dat Israël in de strijd met de islamitische landen in de regio definitief het onderspit delft. Die angst was tijdens de Libanon-oorlog nadrukkelijk voelbaar. Rosenthal schreef daarover een artikel in het dagblad Trouw dat hij afsloot met de zin: "De laatste weken bezorgt mijn Jeruzalemse correspondentschap me dan ook slapeloze nachten".

Kogel blijkt keerpunt

De slapeloze nachten werden volgens Rosenthal niet veroorzaakt door de Libanon-oorlog zelf, maar lijken het gevolg van een gebeurtenis in 1998. "Ik ben tijdens een Palestijnse demonstratie in Oost-Jeruzalem geraakt door een kogel van de Israëlische politie."

"Ik was niet ernstig gewond. Die kogel had mijn kin geraakt, ik moest in het ziekenhuis worden gehecht. Dat heb ik toen stilgehouden, omdat mijn vader de volgende dag jarig was. Ik wilde hem niet ongerust maken. In Hilversum wist in eerste instantie alleen buitenlandredacteur Jaap Leemeijer ervan." 

Die kogel is een soort keerpunt gebleken, realiseert Rosenthal zich nu. "Mijn incasseringsvermogen is na dat moment minder geworden en ik heb er posttraumatische klachten aan overgehouden. Blijkbaar kreeg ik daar vorig jaar tijdens de Libanon-oorlog veel last van."

Ander levenspatroon

Nu hij geen correspondent meer is, kan Rosenthal een heel nieuwe invulling aan zijn leven geven. Maar concrete ideeën over wat hij gaat doen, heeft hij nog niet. 

"Veel mensen denken dat ik nu een boek ga schrijven, dat schijnt er bij te horen. Maar ik heb nog helemaal geen plannen voor een boek. Ik moet eerst maar eens wennen aan een ander levenspatroon. Want het is moeilijk voor te stellen dat ik geen rekening meer met Hilversum hoef te houden en dat ik niet meer altijd op de hoogte hoef te zijn van het laatste nieuws. 

Rosenthal blijft in Israël wonen. Niet omdat hij zich daar zo thuisvoelt, hij doet het vooral voor zijn vrouw, zijn kinderen en zijn kleinkinderen. "Zelf zou ik liever weer in Amsterdam gaan wonen. Daar voel ik me meer thuis dan in Israël. Ik voel me geen Israëli, ben nooit een Israëli geworden."

"Al die tijd dat ik daar woon, ben ik maar beperkt geïntegreerd. Dat komt doordat ik altijd voor Nederland heb gewerkt en dat deed ik altijd in de Nederlandse taal. En mijn doelgroep zat ook nooit in Israël, maar altijd in Nederland. Eigenlijk heb ik steeds aan de rand van de maatschappij gestaan."



Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio