Door Jikke Zijlstra en Daan van de Staaij
Basisscholen experimenteren met een nieuwe methode om leerlingen met gedragsproblemen binnen het gewone onderwijs te houden. In speciale klassen van 6 à 7 leerlingen krijgen moeilijk hanteerbare kinderen gedragstraining.
Zo wordt geprobeerd te voorkomen dat leerlingen naar het speciaal onderwijs moeten.
De klassen hebben namen als 'Op de Rails', 'Blijf Op School' of 'Time Out'. In het middelbaar onderwijs bestaan deze klassen al langer.
Laatste redmiddel
Maar nu grijpen basisscholen naar dit middel omdat ernstig probleemgedrag op steeds jongere leeftijd voorkomt. In Lelystad, Utrecht en de Zaanstreek zijn basisscholen ermee begonnen, in Zeewolde en Almere starten komend schooljaar waarschijnlijk vergelijkbare initiatieven.
Het gaat om bijna-individueel onderwijs met een beloningssysteem als kinderen aan bepaalde activiteiten meedoen. Leerlingen wordt geleerd hoe ze verantwoordelijkheid kunnen nemen voor hun eigen gedrag.
De scholen zien de klassen als een laatste redmiddel om de kinderen voor het gewone basisonderwijs te behouden. Van de ouders wordt geëist dat ze nauw betrokken zijn bij het lesprogramma.
Boos en brutaal
In Lelystad bestaat sinds augustus een 'Op de Rails Klas'. Leerlingen uit de hele regio, vanaf 10 jaar, worden daar maximaal een jaar begeleid door twee docenten en een orthopedagoog.
De klas is gevestigd in een vestiging voor speciaal onderwijs. Als ze voldoende vooruitgang boeken, gaan de kinderen weer gedeeltelijk terug naar hun eigen klas.
Omar en Justin voelen zich op hun plek in de nieuwe klas. Ze willen best vertellen waarom ze nu tijdelijk in een andere klas zitten. Op zijn oude school "werd hij soms boos", zegt Justin. "En hier helpen ze me om dat af te leren."
Omar had hetzelfde probleem. "Ik ben brutaal en had vaak gevochten. Hier kunnen ze me helpen."
Nico Korthuis is coördinator van het landelijke project 'Op de Rails', dat verantwoordelijk is voor de klassen. "Het zijn kinderen die in hun klas opvallen, door onbeïnvloedbaar gedrag. Die soms andere leerlingen ontregelen en leerkrachten in 'handelingsverlegenheid' brengen."
Overvecht
Utrecht kent sinds afgelopen maand een soortgelijk project. Kinderen in de wijken Kanaleneiland en Overvecht kunnen terecht in een klas waar in kleine groepen gewerkt wordt aan gedragsverbetering.
Leerlingen tussen 8 en 11 jaar oud krijgen onder leiding van een docent, klasse-assistent en een psycholoog een gedragstraining van enkele maanden.
Verschillende basisscholen werken mee aan het gezamenlijke initiatief. Zoals de Mattheusschool in Overvecht.
"Het is de bedoeling dat leerlingen met hun verantwoordelijkheden om leren gaan", zegt directeur Truus Spoelder.
"Vaak weten ze best wat wel en niet mag, maar soms gaat het mis en hebben ze achteraf spijt van wat ze gedaan hebben. Er wordt ze geleerd in te zien wat de gevolgen kunnen zijn van hun gedrag en wat ze eraan kunnen doen."
Dat gebeurt allemaal in nauw overleg tussen school, ouder en kind. "Als de school en de ouders het op dezelfde manier aanpakken, één lijn trekken, dan is dat voor het kind ook een stuk duidelijker", zegt Spoelder.
Ook in de Zaanstreek loopt een experiment. De meerderheid van de kinderen die daar meedoen gaan uiteindelijk toch naar het speciaal onderwijs.
Deel deze pagina
»
»
»