Diergaarde Blijdorp in Rotterdam viert dit jaar haar 150 jarige bestaan. Vandaag kwam een jubileumboek uit, waarin de historie van de dierentuin wordt verteld.
Zoveel exotische dieren als er nu in Blijdorp te zien zijn, zo weinig waren er in het begin. Sterker nog, de dierentuin is gestart met een paar eenden, vogels én een haas, verzamelt door twee spoorwegbeambten in het hartje van Rotterdam.
Al gauw werd de beestenbende overgenomen door twee havenbaronnen en werd er een sociëteit in geplaatst om de crème de la crème van Rotterdam te bedienen.
Geldnood
Maar de sociëteit kwam in geldnood waardoor de diergaarde ook voor het grote publiek werd opengesteld. Tegelijkertijd werden er steeds meer exotische dieren naar Rotterdam gehaald om het publiek te vermaken. De dierentuin groeide uit zijn jasje en een nieuwe locatie werd gezocht.
Voor de Tweede Wereldoorlog startten de werkzaamheden voor een nieuwe dierentuin op de huidige locatie. Door het uitbreken van de oorlog moest de verhuizing versneld worden.
Niet alle dieren werden veilig overgebracht. Dat bewijzen de anekdotes van oud-Rotterdammers over stampende olifanten door de puinhopen van het stadscentrum.
Na de oorlog maakte Blijdorp een nieuwe start. Ook qua 'diermanagement'. De dieren moesten het voortaan ook leuk hebben in de tuin of in ieder geval leuker. Dus grotere verblijven en minder tralies.
Tralies
Wanneer je nu door Blijdorp loopt, zijn de tralies nauwelijks meer aanwezig: je kunt de prairiehondjes bijna aanraken. Of je vergapen aan de rondspringende jonge leeuwen die niet wisten dat water nat was en in de sloot belanden.
Na honderdvijftig jaar zijn er veel dingen veranderd in de diergaarde. Eén ding blijft het zelfde: de bewondering voor dieren door jong en oud.
Deel deze pagina
