Minister Van Middelkoop van Defensie is niet gealarmeerd over berichten dat Nederlandse militairen in Irak schietincidenten verzwegen hebben. Zaterdag zei militair-psycholoog Heijster dat militairen zeker tien schietincidenten waarbij zij betrokken waren niet gemeld hebben aan hun superieuren.
In het radioprogramma met het Oog op Morgen reageerde de minister laconiek: "Ik kan er niet zoveel mee. Er wordt veel van de krijgsmacht gevraagd. Dan moet je je niet al te snel van de wijs laten brengen door dit soort incidentjes, want dat is het toch wel. De bewijsvoering is buitengewoon nihil. Ik heb geen zin om voortdurend in paniek te raken."
Heijster beweert dat meerdere militairen hem hebben verteld dat het schietincident met Eric O. geen uitzondering was. De militairen zeiden hem dat zij er moeite mee hebben dat de waarheid hieromtrent niet boven tafel komt.
Geweldsinstructie
De marinier Eric O. loste op 27 december 2003 in Irak twee waarschuwingsschoten richting een groep plunderende Irakezen. Eén Irakees werd dodelijk getroffen. O. werd vrijgesproken van het overtreden van de geweldsinstructie.
Toch is de zaak nog niet afgedaan. Het Openbaar Ministerie doet momenteel onderzoek naar het achterhouden van bewijs en het beïnvloeden en intimideren van getuigen van de schietpartij. Onlangs heeft een marinier aangifte gedaan van intimidatie bij de Koninklijke Marechaussee.
Militairen zijn verplicht hun superieuren ervan op de hoogte te stellen als zij geschoten hebben. Het is niet bekend of bij de niet-gemelde incidenten slachtoffers gevallen zijn.
Munitie
De militair-psycholoog b.d. heeft van de door hem gesproken militairen ook gehoord dat op een missie altijd meer munitie werd meegenomen dan officieel toegestaan.
Als ze dan geschoten hadden, kon dat bij thuiskomst op de basis niet meer worden aangetoond. Deze gang van zaken is volgens Heijster tekenend voor de cultuur van verdoezelen bij de mariniers.
Deel deze pagina
»
»
»