Het is vandaag precies 25 jaar geleden dat de oorlog tussen Argentinië en Groot-Brittannië om de Falkland Eilanden begon, een eilandengroep op 600 km. afstand voor de Argentijnse kust.
Londen herdenkt de oorlog met een dienst in de Herdenkingskapel op de Falklandeilanden en met een parade en andere festiviteiten in Londen in juni. De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Margaret Beckett, heeft de familieleden van omgekomen Argentijnse soldaten uitgenodigd voor een intieme herdenkingsdienst op de eilanden later dit jaar.
Het conflict begon op 2 april 1982 doordat de Argentijnse junta van Leopoldo Galtieri de Britse eilanden bezette. Hierop verklaarde het Verenigd Koninkrijk Argentinië de oorlog.
Afstand
Ondanks het feit dat de eilanden aan de andere kant van de wereld lagen, lieten de Britten het niet op zich zitten en kwamen met een legermacht naar de eilanden toe. Begin juni kwamen ze aan en binnen een paar dagen wapperde de Britse vlag weer in de hoofdstad Stanley. In totaal duurde de oorlog tien weken, 649 Argentijnen en 258 Britten kwamen om.
Dramatisch was de ondergang van het Argentijnse oorlogsschip General Belgrano. Het schip was vooral ingezet voor troepentransport en toen het door de Britten tot zinken werd gebracht, kwamen honderden Argentijnse soldaten om.
Spanning
Hoewel Argentinië en Groot Brittannië hun diplomatieke betrekkingen in 1990 hebben hersteld, vormen de Falkland Eilanden of de 'Malvinas' zoals ze in Argentinië worden genoemd, nog steeds een bron van spanningen tussen beide landen. De Britten hebben de eilanden al sinds 1833 in hun bezit.
De huidige president Nestor Kirchner heeft er bij de Verenigde Naties op aangedrongen de status van de eilanden opnieuw aan de orde te stellen. Afgelopen week nog heeft Argentinië een samenwerkingsovereenkomst opgezegd om samen met de Britten bij de Falklands naar gas en olie te gaan boren. Ook wees Argentinië een Brits voorstel af om het conflict gezamenlijk te herdenken.
De oorlog heeft de bevolking van de eilanden uiteindelijk meer welvaart opgeleverd. Op de eerste plaats werd er een permanente basis met ongeveer 2000 militairen gevestigd. Dat betekent een verdubbeling van het aantal inwoners en dus een stimulans voor de lokale economie. Heel belangrijk voor de economie was een nieuwe visserijwet die de visvangst rondom het eiland regelde.
Licenties
De wateren rondom de eilanden zitten vol inktvis. Omdat de eilandbewoners zich niet met visvangst bezighouden, maar traditioneel schapenfokkers zijn, verkoopt de overheid nu licenties aan buitenlandse vissers. Die licenties leveren jaarlijks 30 miljoen euro op.
Dat geld wordt vooral geïnvesteerd in de landbouw, in de gezondheidszorg en in het onderwijs. Zo hoeven kinderen niet langer naar het moederland om middelbaar onderwijs te volgen. De eilanders willen zich ook op het toerisme gaan richten. Daarnaast hebben enkele oliebedrijven proefboringen gedaan. Er zouden grote olievoorraden zijn.
Deel deze pagina

»