Voor de extra beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp was dinsdag de eerste pro-formazitting in de zaak-Endstra. Er verschenen drie mannen die worden verdacht van betrokkenheid bij de moord op de vastgoedhandelaar. Er is nog niet inhoudelijk op de zaak ingegaan.
De moord op Willem Endstra is één van de meest geruchtmakende liquidaties in de Amsterdamse onderwereld van de afgelopen jaren. De vastgoedmagnaat werd door topcrimineel John Mieremet aangemerkt als de "bankier van de onderwereld".
Op 17 mei 2004 werd hij met enkele pistoolschoten om het leven gebracht. Dat gebeurde kort nadat hij zijn kantoor aan de Apollolaan in Amsterdam had verlaten. Hij werd geraakt in borst, romp, bekken en achterhoofd.
Holleeder
Hoewel zijn naam in het dossier wel opduikt, wordt Willem Holleeder officieel niet verdacht van de moord. Hij staat vanaf volgende week wel terecht, maar alleen voor het afpersen van Endstra en enkele andere vastgoedmagnaten.
Justitie doet nog onderzoek naar de rol van Holleeder bij de liquidatie van Endstra. Zelf heeft Endstra meermalen gezegd dat hij vreesde dat Holleeder hem zou laten vermoorden. Ook Holleeders betrokkenheid bij andere criminele afrekeningen wordt nog onderzocht.
Voor de moord op Endstra staan twee Turks-Nederlandse neven uit Alkmaar (22 en 27 jaar) terecht en een 32-jarige man uit Almere. Justitie kwam hen op het spoor door dna dat op het moordwapen werd gevonden. In december zijn ze opgepakt.
Sinds hun aanhouding mogen ze alleen contact hebben met hun advocaat. Door de resultaten van het onderzoek geheim te houden, hopen politie en justitie uiteindelijk uit te komen bij hun opdrachtgever.
Gesloten deuren
Het Openbaar Ministerie had gevraagd de zitting achter gesloten deuren te houden om te voorkomen dat informatie uit het onderzoek op straat terechtkomt. "Voor het volledig en goed kunnen verrichten van het onderzoek naar de vragen wat tot de dood van de heer Endstra heeft geleid en wie daarvoor verantwoordelijk zijn, is het volgens ons essentieel dat de deuren gesloten blijven", lichtte de officier van justitie toe.
De rechter wees het verzoek van het OM echter af. De voorzitter van de rechtbank zei dat hij zich kon voorstellen dat openbaarheid "in beginsel" schade kan toebrengen aan een onderzoek, maar stelt dat de officier van justitie "onvoldoende aannemelijk" heeft gemaakt dat dat in deze zaak het geval is.
"Openbaarheid van de rechtspraak is een belangrijk uitgangspunt dat is vastgelegd in zowel de grondwet als in het Wetboek van Strafvordering en in internationale verdragen", aldus de rechtbankvoorzitter.
Deel deze pagina
»
»
»