Correspondent Nicole le Fever reist rond in het Koerdische deel van Irak. Dit is deel twee van een serie.
Deel 1: Onafhankelijk Koerdistan als drukmiddel
Deel 3: Veiligheid boven alles in Koerdistan
Deel 4: Koerden zuchten onder corruptie
I'm so sorry. Ik weet niets anders te zeggen tegen Aras uit Halabja die vertelt dat hier zijn ouders, zeven zussen en drie broers begraven liggen. Ze schuilden met familieleden en een paar gezinnen uit de buurt in een kelder toen de vliegtuigen van Saddam Hussein hun chemische bommen op het dorp lieten vallen.
Allen overleden, behalve Aras. Nu leeft hij zijn leven voor de doden en hen die achter bleven. Hij hoest als een zware roker, het resultaat van het gif. Als zovelen in de stad kampt hij met medische problemen.
"Ik ben niet gek, maar heb wel psychische hulp nodig, net als iedereen hier." Maar die hulp is er niet voor de inwoners van de stad.
Omstandigheden
De burgemeester ontkent dat corruptie de oorzaak is. "Het komt door diverse omstandigheden", zegt hij. "Zoals de burgeroorlog die in dit gebied tussen de twee grote politieke partijen in de jaren negentig is uitgevochten." Hulpverleners zijn toen en masse vertrokken, aldus de burgemeester.
"Smoesjes", zeggen de bewoners van Halabja. "Het geld is verdwenen in de zakken van de Koerdische autoriteiten." De mensen zijn kwaad, kwaad op de daders om wat hen is aangedaan, kwaad op de autoriteiten voor het ontbreken van hulp en kwaad op al die buitenlanders die met meelevende gezichten hun verhaal optekenen.
Journalisten zijn niet populair. Halabja heeft er al zo veel zien komen en gaan. Elke keer beschreven ze de gruwelijke dood van hun geliefden. Hun werkelijkheid is er niet door veranderd.
Standbeeld
In het centrum van het dorp staat het standbeeld van de Statue-man. De man van het beeld. Zijn foto ging de hele wereld over.
Een man ligt op de grond met in zijn armen zijn zoon. Een vader die zijn kind tegen het kwaad tracht te beschermen. Samen stierven ze. Net als de zes andere kinderen uit het gezin en hun moeder. Van hun huis is weinig over, een paar brokstukken.
De buren hebben alles laten liggen uit respect voor de doden. Ze nemen het de autoriteiten kwalijk dat er niets met deze plek gedaan is. De beul van Halabja, Saddam Hussein, zal nooit meer verantwoording afleggen voor zijn gruweldaden. Zelfs dat is ze niet gegund.
Ali Chemicali
Ali Hassan al Majid, beter bekend als Ali Chemicali staat nog wel terecht. Hij moet zich eerst verantwoorden voor de Anfall-operatie, de vervolging van de Koerden die in de jaren tachtig aan meer dan 180.000 mensen het leven kostte.
Waarschijnlijk krijgt ook hij de doodstraf voordat hij de mensen van Halabja in de ogen moet kijken. Volgens Aras heeft het Halabja-proces voor aanvang al zijn waarde verloren. "Toch is het belangrijk" zegt hij. "Voor de jongste generatie die niet meer weet wat wij hebben meegemaakt".
We ontmoeten Yad, elf jaar oud. Zijn naam betekent herinnering. Yad werd op 16 maart geboren, de dag dat Saddam in 1988 zijn chemische lading dropte. "Vind je dat niet vervelend?" vraag ik. "Nee", zegt Yad, "het is de meest bijzondere dag die wij hebben in Halabja, ik zou hem voor geen goud willen veranderen."

»
»
»