Artsen zonder Grenzen hoeft geen geld terug te betalen aan het ministerie van Buitenlandse Zaken dat is gebruikt om Arjan Erkel vrij te krijgen. Een Zwitserse rechter heeft dat bepaald.
Omgekeerd hoeft de Nederlandse staat ook niets te betalen aan de Zwitserse tak van de hulporganistie, waar Erkel destijds voor werkte.
Ruzie
Erkel werd in augustus 2002 in de Russische deelrepubliek Dagestan ontvoerd, naar wordt aangenomen door Tsjetsjeense rebellen. In april 2004 kwam hij vrij, na bemiddeling door onder andere Russische KGB-veteranen.
In totaal was 1 miljoen euro gemoeid met de vrijlating van Erkel. Buitenlandse Zaken betaalde 770.000 euro, Artsen zonder Grenzen 230.000 euro.
Nadat Erkel was vrijgelaten, ontstond ruzie tussen de twee partijen over wie verantwoordelijk was voor de kosten.
De staat en de hulporganisatie eisten beide van elkaar het betaalde geld terug, maar die claims zijn nu dus afgewezen.
Voorschot
Buitenlandse Zaken heeft als beleid dat geen losgeld wordt betaald en dat werkgevers verantwoordelijk zijn voor de vrijlating van ontvoerde werknemers.
Het ministerie zegt in het geval van Erkel alleen geld te hebben voorgeschoten, maar volgens Artsen zonder Grenzen is er nooit sprake geweest van een voorschot.
Arjan Erkel koos destijds partij voor Buitenlandse Zaken. Hij nam ontslag bij Artsen zonder Grenzen en trad nog op als getuige in de rechtszaak tegen zijn vroegere werkgever.
Hij noemde het "wrang" dat zijn werkgever niet wilde betalen voor zijn vrijlating en er in het conflict met Buitenlandse Zaken "zo'n heisa" van maakte.
De Nederlandse staat bestudeert de uitspraak van de Zwitserse rechter en zal zich op hoger beroep beraden. Er wordt vooral gekeken naar de gevolgen die de uitspraak kan hebben voor bemiddeling bij soortgelijke zaken in de toekomst.
Deel deze pagina
»
»
»