Door verslaggever Kees van Dam
We kennen hen al bijna twee jaar en daar staan ze weer op de begraafplaats in Potocari. Tussen de graven van de vele slachtoffers van de genocide van generaal Ratko Mladic, in juli 1995.
Zij, Fahreta Dudic, 50 jaar, snikkend bij het graf van haar oudste broer, 33 jaar toen hij werd vermoord. De lichamen van twee andere broers, 31 jaar en 24 jaar, zijn nog altijd niet gevonden. Maar terugkeren doen ze niet, dat beseft ze inmiddels. Maar wat heeft ze lang gehoopt.
En hij, Abid Dudic, 53 jaar. Een bonk van een buschauffeur, net terug van een rit uit München. Vechtend tegen de emoties bij het graf van zijn vader.
Het is aan de vooravond van de tiende herdenking van de slachtpartij in Srebrenica dat we hem ontmoeten. 11 juli 2005. Temidden van 50.000 rouwenden, velen kapot van verdriet, vertelt hij afgemeten zijn verhaal.
Dat ze samen met hun twee jonge zoons Srebrenica vlak voor de oorlog verlieten naar het veilige Sarajevo. Daarom leven we nu nog, zegt hij.
Zijn vader bleef achter en redde het niet. Op 11 juli 1995 was hij op de Nederlandse basis in Potocari, temidden van 25.000 doodsbange vluchtelingen. Onder hen tussen de 600 en 700 mannen. Een Servische politieagent, een oude vriend wiens getuige hij nog was geweest bij zijn bruiloft, haalde vader Dudic op bij Dutchbat. Nooit meer wat van gehoord.
Waanzin
"Het was complete gekte die oorlog. Iedereen stond elkaar naar het leven. Waanzin."
Is Dutchbat medeverantwoordelijk? "Nee", zegt Abid. "Ze waren met te weinigen. De politici zijn schuldig. Die hebben de mensen gek gemaakt."
We zijn terug in Srebrenica, nu de Nederlands troepen na vijftien jaar Bosnië verlaten. Vele ervaringen en illusies rijker. Geen missie meer zonder goede training en voorbereiding. Geen missie meer zonder goede wapens.
Abid en Fahreta nodigen ons uit in hun huis. Arme sloebers in feite. Kunnen net het hoofd boven water houden. Maar om half tien schenken ze koffie en bier, krijgen we mierzoete taartjes, koolsla, soep en warme broodjes.
En veel verhalen. Over het uitzichtloze bestaan in Srebrenica, een eeuwenoud stadje dat vroeger welvarend was door de zilvermijn en de toeristen die afkwamen op het gezonde bronwater om te kuren.
Nu is het niets meer. Veel mensen verlaten het stadje om een nieuw bestaan op te bouwen in de heuvels, leven van het land. Een schamel bestaan maar beter dan de treurige inertie van Srebrenica, toneel van genocide.
Spion
Vlak voor we naar de begraafplaats gaan voor een interview met Abid nog een laatste verhaal. Over de man die zijn vader Huso ophaalde bij Dutchbat, ene Gavric.
"Hij heeft hier een huis en een appartement in Belgrado. Meestal zit hij daar, maar soms komt hij hier langs. Iedereen weet dat hij een spion is, informatie doorgeeft aan Karadzic en Mladic."
En wat doet hij als hij u ziet? "Hij kijkt meteen de andere kant op. Wil ons niet zien. Wat hij met mijn vader heeft gedaan, weet ik niet. Maar ik weet wel dat mijn vader dood is. Soms als ik op de begraafplaats ben, denk ik er aan, wat al die mensen in hun laatste momenten hebben moeten doorstaan."
En Karadzic en Mladic zijn nog altijd niet gepakt. "Veel buitenlandse troepen vertrekken, ook de Nederlanders, maar die twee lopen vrij rond. Hebben vast een goed leven. Natuurlijk zijn we daar boos over. Ze hebben hun werk niet afgemaakt. Ze hebben het in feite gewoon opgegeven."
Abid en Fahreta Dudic nemen de Nederlandse militairen persoonlijk niets kwalijk, maar het doet allemaal wel erg veel pijn. Twaalf jaar na het bloedbad in Srebrenica voelen ze zich weer in de steek gelaten.
Deel deze pagina

»
»
»