In het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag is het proces begonnen tegen Ramush Haradinaj, de oud-premier van de Servische provincie Kosovo. Hij wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden in zijn tijd als regionale commandant van het Kosovo Bevrijdingsleger (UCK).
Tijdens de oorlog in 1998 en 1999 zouden onder zijn leiding Serviërs zijn vermoord, gemarteld, verkracht en ontvoerd. In die jaren bereikte het conflict met de Servische politie en het Joegoslavische leger zijn hoogtepunt.
De etnische Albanezen die de meerderheid van de bevolking vormen in Kosovo, voelden zich in die periode onderdrukt door de Servische politie.
Adelaars
Haradinaj staat voor de rechter samen met Idriz Balaj, de commandant van de 'zwarte adelaars' en Lahi Brahimaj, de oom van Haradinaj, die nauw met hem samenwerkte. "Deze drie mannen die hier voor u verschijnen zijn beschuldigd van afschuwelijke, wrede en gewelddadige misdaden", zei hoofdaanklager Carla del Ponte in haar openingstoespraak tegen het hof.
"Twijfel niet dat deze krijgsheer, zijn luitenant en zijn cipier bloed aan hun handen hebben", voegde ze eraan toe.
Verdreven
De nu 38-jarige Haradinaj zou een campagne hebben geleid om Serviërs en Roma-zigeuners uit hun dorpen te verdrijven en zou etnische Albanezen en Roma hebben aangevallen die door de UCK werden gezien als collaborateurs.
Volgens de aanklacht doodden UCK-eenheden, waaronder een groep die de 'zwarte adelaars' werden genoemd, de burgers die achterbleven of die weigerden hun huizen te verlaten. Ook bejaarden, vrouwen en kinderen zouden zijn vermoord. Haradinaj heeft gezegd onschuldig te zijn. Ook Balaj en Brahimaj houden hun onschuld vol.
De voormalige uitsmijter in een nachtclub schopte het tot premier van Kosovo in 2004. In 2005 legde hij zijn ambt neer nadat hij in staat van beschuldiging was gesteld.
Deel deze pagina
»
»
»