Steeds meer kinderen in Nederland wonen in achterstandswijken. Het landelijk gemiddelde is 17 procent. In Amsterdam en Rotterdam leeft ruim 60 procent van de kinderen in een achterstandswijk. In Friesland en Groningen ligt dat percentage nog een stuk hoger.
Dat blijkt uit het onderzoek 'Kinderen in Tel 2007' van het Verwey-Jonker Instituut.
Dat brengt samen met kinderorganisaties zoals Unicef en het Nationaal Fonds Kinderhulp de kindvriendelijkheid van gemeenten in kaart, door onder meer te kijken naar schoolverzuim en kindermishandeling.
Weinig verbeterd
Net als vorig jaar staat de Rotterdam op nummer 1 in de ranglijst van de minst scorende gemeenten. Maar sommige noordelijke gemeenten zoals Pekela, Reiderland of Bolsward blijken één grote achterstandswijk te zijn. Een groot aantal gemeenten heeft helemaal geen achterstandswijken.
Ten opzichte van 2005 is er weinig verbeterd in de algehele situatie van kinderen in Nederland. Er is iets meer speelruimte, er leven iets minder kinderen in instituties en in armoede en het aantal tienermoeders is behoorlijk gedaald.
Maar daar tegenover staat dat vooral de grote steden nog hoog scoren met jeugdcriminaliteit, er meer werkloze jongeren zijn en dat het relatief schoolverzuim is gestegen.
Tweedeling voorkomen
In 2005 waren er 20.000 kinderen meer dan in 2004 die in een achterstandswijk opgroeiden.
Om te voorkomen dat er een tweedeling ontstaat, waarbij sommige kinderen in veel gunstigere omstandigheden opgroeien dan andere, zal er geïnvesteerd moeten worden in de jeugd op plekken waar het nodig is, aldus het Verwey-Jonker Instituut.
Het rapport dringt bij de overheid aan op een gericht jeugdbeleid zodat de positie van kinderen jongeren verbetert.
Twee weken geleden kwam Unicef nog met een rapport waarin het welzijn van de jeugd in 21 landen werd vergeleken. Daar kwam Nederland als beste uit, gevolgd door de Scandinavische landen.
Deel deze pagina
»
»
»