Voormalige 'troostmeisjes' van de Japanse bezetters tijdens de oorlog in Zuid-Oost-Azië zijn furieus op de Japanse premier Shinzo Abe. De premier ontkende gisteren dat de Japanse strijdkrachten in de jaren dertig en veertig vrouwen gedwongen hebben tot prostitutie.
Abe reageerde daarmee op een resolutie die in het Amerikaanse congres wordt besproken. Die roept Japan op excuses aan te bieden voor de inzet van de meisjes. Volgens historici zijn zo'n 200.000 vrouwen uit Korea, China en Nederlands-Indië tijdens de oorlog gedwongen in de bordelen van het Japanse leger te werken.
Met zijn ontkenning gaat Abe regelrecht in tegen een Japanse verklaring uit 1993, de zogenaamde Kono-verklaring, waarin het bestaan van de troostmeisjes werd erkend.
Imago
Sinds 1990 bestaat er ook een fonds voor schadevergoedingen aan de voormalige troostmeisjes. Enkele honderden slachtoffers kregen 20.000 dollar en persoonlijke excuses van de Japanse premier.
Rechtse groeperingen in Japan en ook sommige prominenten van de regerende LDP trekken de verhalen van de vrouwen echter in twijfel. Volgens hen schaden de verhalen over troostmeisjes het imago van Japan.
Premier Abe ontkent het bestaan van de troostmeisjes overigens niet, alleen trekt hij de rol van het leger in twijfel. "Het is niet bewezen dat er sprake was van dwang", aldus de premier.
Afschuwelijke dingen
Ook in Korea reageren slachtoffers geschokt. Lee Yong-soo, ontvoerd door de Japanse troepen toen ze 16 was vertelde tijdens een persconferentie hoe ze werd verkracht en opgesloten in een bordeel van het leger. " Waarom moest Japan kleine meisjes, sommigen pas 14 of 15 jaar, deze afschuwelijke dingen laten doen?"
Ook vrouwen in de Filippijnen zijn woedend. "We zullen niet toestaan dat hij dat zomaar ontkent", stelde de voorzitter van Lila Pilipina, een organisatie van voormalige seksslavinnen. " Voor ons is het geschiedenis. Een verantwoordelijke regering moet die accepteren."

»
»
»