De voorbereiding op de uitzetting van uitgeprocedeerde asielzoekers moet beter, zegt de Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer in een rapport dat vandaag verschijnt.
Asielzoekers zonder reispapieren worden voor hun uitzetting ondervraagd door diplomaten uit hun geboorteland. Zo wordt vastgesteld of ze inderdaad uit dat land afkomstig zijn.
Daarbij wordt informatie uit hun dossier aan de diplomaat verstrekt, maar niet duidelijk is welke informatie. Ook is er nauwelijks toezicht op die ondervraging.
Meer inzicht
De ombudsman denkt dat de asielzoekers daardoor onnodige veiligheidsrisico's lopen.
Om de uitgeprocedeerde asielzoeker beter te beschermen wil de ombudsman dat asielzoekers meer inzicht krijgen in de stukken die verstrekt zijn aan het land van herkomst.
Daarnaast moet bij de gesprekken met het thuisland altijd een Nederlandse ambtenaar aanwezig zijn, eventueel ondersteund door een tolk.
Wat er met de aanbevelingen van de ombudsman gebeurt, is nog niet duidelijk. Dat is aan het kabinet.
Syriërs
Overigens is uit het onderzoek van de ombudsman niet gebleken dat er in het verleden asielzoekers in gevaar zijn gekomen doordat er tijdens de gesprekken informatie is overgedragen.
Vorige week kregen 181 Syriërs alsnog een verblijfsvergunning, omdat zij te lang in onzekerheid waren gebleven over hun status.
De groep is veelbesproken, omdat de Syriërs in Nederland gesprekken hadden gevoerd met Syrische ambtenaren, die daardoor op de hoogte waren van hun asielachtergrond. Dat zou hun in hun vaderland in gevaar kunnen brengen.
Minister Verdonk kwam eerder ook in opspraak vanwege een groep uitgeprocedeerde Congolezen, die was uitgewezen met papieren waarop vermeld was dat zij in Nederland asiel hadden gezocht.
Deel deze pagina
»
»
»