Allochtone leerlingen in Amsterdam krijgen bij dezelfde Cito-score vaker een lager schooladvies dan autochtone kinderen. Dat blijkt uit het rapport 'Basisschooladviezen en etniciteit' dat de gemeente Amsterdam naar buiten heeft gebracht.
Met name bij Marokkanen, Surinamers en Turken valt het schooladvies lager uit dan het advies dat uit de Cito-toets naar voren komt. Bij Surinamers heeft ruim eenderde van de leerlingen te maken met onderadvisering. Bij Turken is dat 44 procent.
Bij autochtone Nederlanders krijgt 28 procent van de leerlingen een lager schooladvies.
Voorzichtig
Voor veel middelbare scholen telt het schooladvies zwaarder dan de Cito-score.
Volgens de onderzoekers zijn scholen bij advisering van allochtone leerlingen mogelijk voorzichtiger dan bij autochtone leerlingen.
De Tweede Kamer wil dat de onderwijsinspectie onderzoekt hoe het kan dat allochtone kinderen vaker een lager advies krijgen.
Zorgen
Waarnemend wethouder van Onderwijs in Amsterdam, Lodewijk Asscher, maakt zich zorgen over het grote verschil in adviezen.
"Een goed advies is cruciaal. Dat moet er voor zorgen dat kinderen het beste uit zichzelf kunnen halen", aldus Asscher.
"We zijn als samenleving verplicht dat elk kind dat hier opgroeit maximaal kan presteren. We willen op korte termijn een verklaring van de basisscholen."
Deel deze pagina
»
»
»