Marianne Fredriksson begon pas laat met schrijven. Op 53-jarige leeftijd, na een zware depressie, schreef ze haar eerste roman om persoonlijke ervaringen te verwerken.
Met daverend succes. Wereldwijd werden meer dan 17 miljoen van haar boeken verkocht. Ook in Nederland is de Zweedse schrijfster razend populair, vooral bij vrouwen. Zondag overleed Fredriksson op 79-jarige leeftijd aan een hartaanval.
Haar meest bekende boek was Anna, Hanna en Johanna, een verhaal over drie generaties vrouwen. Wat de vrouwen verbindt, is dat zij zichzelf in een ondergeschikte rol ten opzichte van de man manoeuvreren. Dat patroon wordt van moeder op dochter doorgegeven.
De drijvende kracht die hen verhindert zich te bevrijden, ook in de huidige tijd, is de liefde. "De liefde is zowel de kracht als de zwakte van vrouwen", zei Fredriksson in meerdere interviews. In 1998 kreeg ze voor deze roman de Trouw Publieksprijs.
Buitenbeentje
De in 1927 geboren schrijfster groeide op in een arbeidersgezin in Gothenburg. Omdat ze geen broers had, voedde haar vader, een kleine zelfstandige scheepbouwer, Marianne op als jongen.
Ze ging naar de middelbare school, wat voor vrouwen in die tijd nog ongewoon was. En ze was een goede leerling, maar als enig arbeiderskind ook een buitenbeentje.
Later, in haar vierde roman Simon (1985), beschreef ze haar eigen eenzame jeugd. Ze meet zich de gedaante aan van een joods adoptiefkind.
Het besef dat Simon anders is dan zijn ouders wordt een kwelling die leidt tot een zoektocht naar z'n ware identiteit. "Wat is waarheid, wat is verzinsel, waar loopt de grens? Hoeveel kan een mens zich herinneren zonder eraan kapot te gaan?"
Zware depressie
Fredriksson werd na haar schooltijd journalist en ging aan de slag bij de lokale krant Göteborgstidningen, waar ze scheepvaartverslaggeefster werd. Hier leerde ze ook haar man Sven, een scheepsingenieur, kennen. Ze kregen twee dochters. Later werkte ze in Stockholm bij verschillende tijdschriften.
Tijdens haar journalistieke carrière overleed Fredrikssons moeder en gingen haar beide dochters het huis uit. Hierdoor raakte ze in een zware depressie en had zelfmoordneigingen.
Twee jaar psychoanalyse brachten haar er langzaam weer bovenop. Haar pogingen deze ervaringen van zich af te schrijven, resulteerden in 1980 in haar debuutroman Eva's boek.
Deel deze pagina
»
»
»