Jakarta stond door hevige regenval onder water. Verslaggever Joris van de Kerkhof berichtte vanuit de Indonesische hoofdstad.
De schoonmaak kan beginnen
Jakarta, 10 februari - Nu het water gezakt is, kunnen de mensen weer aan hun gewone werk beginnen. Er is veel werk te doen, want door de overstroming is er extra veel op te halen.
Ze hebben stapeltjes gemaakt. Van de waterbekertjes die de afgelopen dagen uitgedeeld zijn wordt het aluminium dekseltje gehaald. Vakkundig en snel. Plastic zakjes worden opgehangen om te drogen. De flessen moeten nog worden uitgezocht. Als dat gebeurd is, kan het allemaal verkocht worden.
Net als de satéstokjes die een oude man met uitzicht op de stinkende rivier in alle rust aan het snijden is. De stokjes moeten door de kipsaté gemaakt van beesten die eigenlijk allemaal al dood hadden moeten zijn. Vanwege de uitgebroken vogelgriep was dat zo afgesproken. Maar ze lopen hier nog gewoon vrij rond.
Veel van deze mensen hebben de afgelopen dagen in de Nederlandse school geslapen. Ze hebben onderdak en eten gekregen. Ook de oude vrouw en haar pasgeboren achterkleinkind hebben gelogeerd achter de hoge muren van de buren.
Gisteren is op verzoek van de school de wijk ondergespoten met gif. Al het ongedierte moest weg. Zwangere vrouwen en kleine kinderen konden tijdelijk ergens anders naar toe. Dat gif is ook voor mensen niet echt gezond. Twee mensen gingen op de uitnodiging in. De anderen bleven in het gif. Daar kon je, zo bleek, ook lekker in spelen.
Op school vertellen de Nederlandse kinderen van groep 5 tot en met 8 dat er vooral meer prullenbakken moeten komen. Maar de mensen zijn daar eigenlijk te arm voor, zeggen ze. En er dreef ook veel poep in het water. En het was ook erg balen dat de computer het niet meer deed.
Volgens de weermannen zal de regen zich de komende dagen koest houden. In maart komen er nieuwe overstromingen.
Het papiertje van ingenieur Van Diest
Jakarta, 9 februari - Voordat het gesprek begint, pakt hij een papiertje. Vijf punten staan er op: "De belangrijkste redenen van toename in frequentie en omvang van floods in Jakarta." Bijzonder helder, bijzonder Nederlands ook.
Willem van Diest werkt bij Arcadis. Zijn papiertje maakt indruk op me. Niet eens zo zeer vanwege de punten die er op staan. Maar vooral omdat iemand die al 25 jaar in Indonesië woont en werkt, de problemen nog steeds op een Hollandse manier te lijf gaat.
Hij schrijft over de 'verasfaltering', over de bodemdaling van zeker één meter per tien jaar, de ongecontroleerde behuizing in het stroomgebied van de rivieren, en over het gebrek aan sluizen. Tenminste als ik de punten goed begrijp.
Marijn Huisman van het bedrijf Witteveen en Bosch zit ruim een half jaar in Jakarta. Hij wil vooral "handen uit de mouwen en aanpakken". Aart van Nes van DHV, sinds 92 hier, kiest voor de creatieve oplossingen.
Na de vorige grote overstroming in 2002 schreven de mannen een rapport met oplossingen. Het papiertje met gesprekspunten, maar dan uitgebreider. Het rapport is nog steeds actueel, maar er is nauwelijks iets mee gedaan. De jongste ingenieur komt met een verklaring.
"De overstroming duurt hooguit een dag of twintig. Jakarata staat dus elf en een halve maand per jaar niet onder water. Dus het oplossen van het probleem heeft hier gewoon geen prioriteit. Er wordt wel naar ons geluisterd, maar er wordt weinig mee gedaan."
Van Diest hamert ook op de wetgeving die eerst op orde moet komen. De wetgeving is nu traag, de vriendjespolitiek is groot. "Mensen die geen verstand van watermanagement hebben, komen zo op verantwoordelijke plekken terecht. En dan heeft de nieuwe regering na de crisis van eind vorige eeuw ook nog het budget enorm verlaagd."
"We moeten realistisch zijn", zegt Van Diest als hij zijn puntenlijstje er nog eens bij pakt. "De enige oplossing voor het probleem is de aanleg van polders met bemaling. En er moeten deskundigen uit Nederland komen uitleggen hoe je waterwetgeving kunt vormgeven."
De ingenieurs praten zonder cynisme. Daar zijn de problemen te groot voor. Zo constateren we als aan het eind van het gesprek iedereen het papiertje van Van Diest mee naar huis mag nemen. Het waterpeil is tijdens ons gesprek vast gezakt.
Van Nistelrooy scoort in Jakarta
Jakarta, 7 februari 2007 - Van Nistelrooy, Van Persie, Davids, Robben en niet te vergeten Van der Sar. Ze kennen ze allemaal en noemen de namen vol trots terwijl ze voetballen op de vrije busbaan. Links auto's, rechts brommers. Af en toe schiet de bal er tussendoor, maar er gebeuren geen ongelukken. Ze hebben vooral heel veel plezier.
De jongens zijn niet ouder dan een jaar of vijftien. Ze slapen in de Mariaschool. Samen met nog zeshonderd anderen. Opa's, oma's, tantes, ooms, broers en een heel jong zusje. Iedereen bij elkaar op schoot.
Met de voetbal in de hand, laten de jongens me de school zien. Een oma presenteert onder luid gejuich haar nieuwe kleindochter, Amelia. Geboren op de eerste dag van overstromingen, nu een week geleden. Als de microfoon uitstaat, verdwijnt de lach van oma's gezicht. Ze vertelt hoe moeilijk het is in de opvang. Amelia is te klein om hier in de rotzooi te leven. Zes wc's voor zesduizend mensen.
Veel mensen in de school kunnen of durven nog niet naar huis. Ze zijn bang om te zien wat een aantal buurtgenoten al gezien heeft. Huizen zijn kapot. Het water staat soms tot op de eerste verdieping. Overal modder. Als je er toch wil komen, moet je midden door de steeg blijven lopen. Hand in hand, of toch in ieder geval vasthouden aan het touw, midden over de weg. Anders glij je uit, en verdwijn je de diepte in. Het water komt bij mij tot aan m'n navel.
De jongens met de voetbal gaan niet mee de wijk in. Ze missen een steeg die in een rivier veranderd is. Af en toe moet je uitwijken om niet geraakt te worden door rondzwervend hout. Soms lijkt het alsof je meegetrokken wordt door onzichtbare zaken op de bodem van het water. Het is beter om er niet over na te denken wat het water allemaal meeneemt.
Op het verste punt, met uitzicht op de echte rivier is een pleintje. Daar keken de mensen deze zomer naar het WK-voetbal. Alle vlaggen van de deelnemende teams zijn op de muur geschilderd. Deze muren staan nog. Geen idee wanneer de jongens hier weer kunnen spelen in plaats van tussen de auto's. Dat ze trucjes proberen, die Van Nistelrooy ook kan.
Als ik terugkom uit het water, vragen ze mij om een handtekening. Ik had namelijk gezegd dat ik uit dezelfde omgeving kom als Ruud van Nistelrooy. Ze denken nu dat ik zijn vriend ben. "Wereldberoemd" tussen het wassende water in Jakarta. Maar waar laat je zo'n briefje als je huis onder water staat?
Met groene regenlaarzen door Jakarta
Jakarta, 6 februari 2007 - Met mijn groene regenlaarzen loop ik achter de man aan. Op blote voeten laat hij me zijn huis zien. Badend door het water. Het water in de keuken, het water in de woonkamer. Het staat er nog steeds een halve meter hoog. Het ruikt muf.
De man vertelt: "Ik had in eerste instantie niet door dat het zo erg was. Toen het water maar bleef stijgen heb ik geprobeerd waardevolle spullen in veiligheid te brengen. Ik stond daar, een meter of twee boven de vloer. Het water kwam toen zo snel, dat ik niets anders kon doen dan er in duiken. Zo zwom ik mijn huis uit".
Met mijn groene regenlaarzen banjer ik verder door het steegje. Het is bijna niet te geloven dat het water zo hoog stond. Hier wordt het water niet tegengehouden zoals in de huizen. In het steegje is het nat, zoals na een flinke regenbui. En van dat soort buien zijn er ook in Jakarta veel. Dat hoort bij het seizoen, zegt de vrouw als ze mij op slippers voorgaat in haar huis.
"Ieder jaar loopt mijn huis onder, maar normaal niet echt veel hoger dan mijn kuiten. Het is erg als het tot mijn middel komt, da's één keer in de vijf jaar. Maar nu, kijk daar boven de deur zie je hoe hoog het was. Ik heb het nooit eerder gezien. Kijk naar de schoolboeken van mijn zoon. Daar is niks meer van over. Kijk naar de keuken, die is kapot. Zo kan ik niet meer koken. Het zal nog wel een tijdje duren voor ik weer met koken mijn geld kan verdienen."
Met blubber aan mijn groene regenlaarzen kom ik aan bij de burgemeester van Kelurahan, een soort stadsdeel van Jakarta. De vloer van het nieuwe kantoor is schoongeveegd. Een ambtenaar doet een velletje carbon tussen twee papiertjes en gaat typen, het potje tipex in de aanslag. "Er moet verslag gedaan worden aan hogere ambtenaren", zegt de burgemeester. Op de eerste verdieping slapen al vijf dagen zeker negentig mensen.
Vrijwilligers brengen eten en drinken. Ik moet meedrinken van de burgemeester, maar dat wil ik niet. In mijn hotel is tenslotte voldoende water. De mensen hier hebben het nodig. In het hotel is ook voldoende elektriciteit, terwijl de vluchtelingen op moeten passen dat ze niet tegen een geknakte elektriciteitsdraad aan lopen.
Met mijn groene regenlaarzen aan loop ik over het marmer in de hotellobby. En ook dat ziet er niet uit.
Deel deze pagina

»
»
»