De Onderzoeksraad voor Veiligheid kan het werk niet aan. Dat zei de voorzitter van de raad, Pieter van Vollenhoven, tijdens een debat in Amsterdam.
Volgens hem is er geen capaciteit om te onderzoeken of Nederland goed is voorbereid op een uitbraak van vogelgriep en of de maatregelen die zijn genomen na de uitbraak van vogelgriep in 2003 voldoende waren. "Als u vraagt of zo'n onderzoek bij de raad hoort, zeg ik ja. Maar nu kan het niet."
De Onderzoeksraad voor Veiligheid bestaat twee jaar en heeft een vaste kern van ongeveer vijftig mensen. De raad heeft negen miljoen euro te besteden.
Vooral grote onderzoeken zoals die na de Schipholbrand, vergen veel van de capaciteit. Dat gaat ten koste van ander onderzoek.
Keuzes
Zonder extra mensen en middelen moet de raad in de toekomst steeds scherpere keuzes maken van wat wel en niet wordt onderzocht. Met als gevolg dat sommige incidenten en ongevallen niet onder de loep genomen kunnen worden en we dus niet leren van fouten, aldus van Vollenhoven.
"Daar moet een nieuw kabinet echt iets aan veranderen. Zeker als je bedenkt dat er duizenden mensen werken bij de diverse inspectiediensten van de rijksoverheid."
Terrorisme
Behalve een groter budget, hoopt Van Vollenhoven ook dat zijn verantwoordelijkheden worden uitgebreid. Hij noemt het twijfelachtig dat zijn raad geen onderzoeken mag starten op het gebied van de openbare orde, terrorisme en de zeescheepvaart.
Momenteel is Van Vollenhoven, die is aangesteld als voorzitter tot februari 2009, bezig met een onderzoek naar kindermishandeling.

»
»
»