Jeroen de Jager, Peter ter Velde en Eric Feijten brengen voor de NOS een bezoek aan de Nederlandse troepen in Afghanistan. Voor deze website houden ze een weblog bij.
Een mooie dag in Poentjak
Door Peter ter Velde
Poentjak, 18 februari - Een patrouille gaat naar Sorkh Morghab om gesprekken te voeren met de bevolking. Er zijn geen vrouwen en kinderen op straat. Pelotonscommandant Bart raakt achterdochtig. Dan breekt de hel los.
Eén militair krijgt een kogel in zijn helm en raakt gewond. De kogel is er schuin in gevlogen en daarom overleeft hij het, is ieders conclusie. Andere militairen zien een raket, een RPG, op slechts vijf meter voorlangs gaan. Ze raken ingesloten. In een bijna cirkel van 280 graden wordt op hen geschoten.
Na een gevecht van anderhalf uur komen de militairen terug op Poentjak. De emoties zijn alom tegenwoordig. De adrenaline schiet door de jonge lijven. Ze vliegen elkaar om de hals in een zeldzaam tafereel van broederschap.
"Een mooie dag", volgens één van de militairen. Hij zegt het terwijl we aan het filmen zijn. "Nu moet alles even bezinken, maar zo meteen kunnen we er om lachen", voegt hij er met een schaterlach aan toe.
In de emotionele momenten na het vuurgevecht worden er domme dingen gezegd. Wordt er geroepen dat gevechtsvliegtuigen de boel plat moeten gooien. Wordt er geschreeuwd om de dood van die klote Afghanen.
Maar wanneer de rust in het lijf terugkeert, keert ook de rede weer.
Een uur later heeft de geïnterviewde militair spijt van zijn uitspraak. Het was gezegd in "the heat of the moment". Ik spreek met hem af het interview niet uit te zenden om hem te beschermen.
Twee dagen later volgt opnieuw een vuurgevecht en nog eens een dag later rijden Nederlanders op een anti-tankmijn. "Ik ben behoorlijk teruggekomen op wat ik zei", zegt de niet-uitgezonden militair, "het wordt steeds minder leuk hier. Het wordt tijd om eerst maar eens wat aan onze veiligheid te doen. We moeten anders gaan werken".
Een weekje Poentjak
Door Peter ter Velde
Poentjak, 17 februari - Spartaans. Zo noemde één van de militairen Poentjak, de vooruitgeschoven post van de Nederlanders in Uruzgan. Met cameraman Eric Feijten heb ik een week op de kleine heuvel aan de ingang van de Balluchivallei doorgebracht. Een week die veel met zich mee bracht. Er waren twee vuurgevechten en een ontploffing van een antitankmijn. Vier gewonden aan Nederlandse kant was het resultaat.
Spartaans? De militair doelde gek genoeg niet op het geweld, maar op de leefomstandigheden. In de eerste dagen van ons verblijf is het enige stromende water op Poentjak de regen. Die doet de heuvel veranderen in een modderpoel. Alles voelt klam en vies.
De sanitaire voorzieningen bestaan uit een wasgedeelte waar je je met een fles water kunt schoonmaken. De wc bestaat uit een ton. Patrick, de man van de logistiek, heeft de ondankbare taak om de twee tonnen elke morgen in de brand te steken op de 'shitpit'. Maar daarna is de wc dan ook weer schoon.
Eten bestaat op Poentjak uit gevechtsrantsoen. Het hoogtepunt van de dag is vier uur 's middags. Dan zorgt Patrick ervoor dat iedereen zijn eten krijgt voor de komende 24 uur.
Dat bestaat uit een pakket van Nederlandse makelij voor ontbijt en lunch: drie pakjes à zes biscuitjes, vier verschillende paté bakjes, jam en stroop, een zakje soepingrediënten, twee rolletjes snoep en kauwgom. Op het menu voor 's avonds staat de Amerikaanse MRI. Zelfopwarmend eten van zeer wisselende kwaliteit.
De militairen kennen het klappen van deze zweep en nemen daarom ook zelf nog wat voorraad mee uit Kamp Holland. Maar aangezien iedereen licht moet reizen, zijn de voorraden beperkt. Maar een eitje wordt zo nu en dan wel gebakken ja.
Spartaans? Ach. Na acht dagen kunnen we weer naar Kamp Holland. De douche doet denken aan een subtropisch zwemparadijs. De patatjes en hamburger in het restaurant verdienen wat mij betreft een Michelin ster.
Ontwikkelingswerk in Uruzgan
Door Jeroen de Jager
Tarin Kowt, 11 februari - Voor het eerst in lange tijd zijn VN-hulporganisaties op bezoek geweest in Tarin Kowt. Ze onderzoeken welke activiteiten ze kunnen ontplooien in Uruzgan. En dan gaat het over ontwikkelingswerk. En dus werden ze hartelijk ontvangen door de militairen van Taskforce Uruzgan, want de VN zou een enorme impuls kunnen geven aan het werk van de Nederlandse wederopbouwmissie.
Het belang is groot dat de bevolking van Uruzgan (400.000 mensen) snel gaat merken dat door de aanwezigheid van de Nederlandse troepen hun leven verbetert. Alleen dan, zo is de gedachte, kunnen ze worden losgeweekt van de Taliban. De Nederlandse missie mag dan wel een wederopbouwmissie worden genoemd maar in feite zou je het ontwikkelingswerk moeten noemen.
Uruzgan is een van de armste gebieden ter wereld. En dus valt er veel te doen. Speerpunten zijn de economie, het onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur en lokaal bestuur. De ontwikkelingsadviseur van de missie zegt dat nu al 20 procent van de bevolking door allerlei ontwikkelingsprojecten wordt bereikt.
De economie draait grotendeels op papaverteelt. De productie daarvan is in 2006 weer op gang gekomen en gestegen met ruim 370 procent. Een boer krijgt elk jaar per hectare ongeveer 1000 dollar voor z'n oogst. Maar die 'poppy'-teelt is een doorn in het oog van het Westen. Er wordt dus gezocht naar alternatieven. Bijvoorbeeld amandelbomen die 5000 tot 8000 dollar per hectare opbrengen. Probleem daarbij is dat het na aanplant ruim 3 jaar duurt voor de eerste oogst binnen is.
Alles staat of valt met de toegankelijkheid van Uruzgan en die hangt weer af van de veiligheid. En die toegankelijkheid is beperkt, aldus commandant Koot van het reconstructieteam. Maar de militairen zijn graag bereid om de ontwikkelingswerkers bescherming te bieden. Ze hopen het dogma te doorbreken dat militaire missies niet samen kunnen optrekken met ontwikkelingswerkers.
De VN-organisaties laten aan het eind van hun bezoek weten dat ze snel willen terugkeren. "De tijd is gekomen om weer in Uruzgan aanwezig te zijn, de negatieve indruk over Uruzgan is aan het verdwijnen", zeggen ze. Maar definitieve toezeggingen doen ze niet.
Rust en routine in Uruzgan
Tarin Kowt, 9 februari - Het is rustig op en rond Kamp Holland. De afgelopen dagen geen troepen die in gevecht zijn geraakt, geen aanslagen en geen aanvallen op de vooruitgeschoven post Poentjak. De stilte voor de storm wordt er dan al snel gezegd. Ook door de militairen. Het lenteoffensief waarvan sprake is, wordt hier wel degelijk serieus genomen. Als het over een paar weken weer warmer is, als de sneeuw smelt in de bergen en het ophoudt met regenen, dan zal de Taliban wel weer actiever worden.
Maar vooralsnog is het de dagelijkse routine die hier heerst. Er wordt nog steeds gebouwd door de genisten. Want nog niet alle slaapcabines (de zogeheten chalets) staan op hun plaats waardoor militairen 's nachts in de fitnesszaal moeten slapen. Dat levert dan weer gemor op omdat er sowieso nog te weinig sportfaciliteiten zijn. Veel soldaten missen de apparaten om hun lijf in conditie te houden. Defensie heeft toezeggingen gedaan dat er zo snel mogelijk in wordt voorzien. Volgende week is het volleybalveld in elk geval al klaar.
Nog wat andere irritaties en ongemakken. De natte cabines zijn gemengd. De vrouwelijke militair is daar niet onverdeeld gelukkig mee. "Want mannen houden er andere hygiënische normen op na dan vrouwen", verzucht een vrouwelijke soldaat. Op hoger niveau is de reactie dat "het kamp nog steeds in opbouw is". "Als alles af is, is er een speciaal chalet voor vrouwen met hun eigen wasgelegenheid".
Door de modder bagger ik verder, van de wascabines naar de volgende gemeenschappelijke ruimt: de Welfare, waar mensen gratis (via een veilige lijn) kunnen bellen met thuis en voor 6 cent per minuut kunnen internetten. Mobiele telefoons zijn verboden op het kamp. De provider is namelijk Pakistaans en dus luistert de Pakistaanse geheime dienst mee. Je moet ze natuurlijk niet te veel in de kaart spelen.
Ministers en stripverhalen
Tarin Kowt, 7 februari - Tweederde van de ministers van de provincie Uruzgan kan lezen noch schrijven. Onze gesprekspartner in Uruzgan vertelt dit alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.
Uruzgan, waar Nederland met militairen en wederopbouw een rol probeert te spelen, wordt geleid door gouverneur Munib. Zijn gedeputeerden (ministers genoemd) besturen de provincie met hem. De wederopbouw van Uruzgan houdt ook in dat er een bestuur komt dat capabel is. Eerlijk. Transparant.
Hoe moeilijk deze taak is, blijkt uit een gesprek dat we eerder in de week voeren in Kandahar. Parlementariërs, gouverneurs, bestuurders, velen van hen deugen niet. Ze zijn benoemd omdat ze bijvoorbeeld bekenden zijn van president Karzai. Ze komen alleen op voor hun eigen hachie of dat van hun clan of dorp. Geld dat naar de provincies vloeit verdwijnt. Bestuurders doen zaken met drugsbaronnen.
Geschikte Afghanen zitten in het buitenland. De 'braindrain' is enorm. Zij die terug zijn gekomen naar Afghanistan worden door de bevolking niet aanvaard omdat zij in moeilijke tijden het land hebben verlaten en nu terugkeren om op mooie posities terecht te komen.
Hoe treurig de situatie is, blijkt wel uit de zoveelste ontslagaanvraag van gouverneur Munib eerder deze week. President Karzai zal voor de zoveelste keer het ontslag niet aanvaarden. Waarom Munib ermee stoppen wil is niet bekend. Het heeft waarschijnlijk te maken met geld voor de politie dat niet door Kabul wordt overgemaakt aan Munib.
Het is de eindeloze cirkel waar Afghanistan in lijkt te zitten. Kabul maakt geen geld over, want het is niet duidelijk wat de provincies ermee doen; gouverneurs dienen hun ontslag in om de president onder druk te zetten; de president stemt er niet mee in, maar geeft wel iets en voor de rest blijft alles bij het oude.
De Nederlanders in Uruzgan hebben een zware klus om van het bestuur in de provincie iets te maken. Tweederde van de ministers is analfabeet. Wat we dus doen, vertelt onze gesprekspartner, is stripverhalen en tekeningen voor ze maken. Op die manier communiceren we met ze. Niks geen dossiers, aktetassen, begrotingen. Stripverhalen. Dé manier om van bestuur bestuur te maken.
Zondag in Tarin Kowt
Tarin Kowt, 4 februari - Low Ops in jargon. De operaties staan op een laag pitje. Dat wil zeggen niet om zeven uur 's ochtends al beginnen, maar vanaf negen uur. Desondanks gaat het werk gewoon door, zeven dagen per week, 24 uur per dag.
Vanochtend zelfs vis bij het ontbijt (haring, makreel en krab) en dat terwijl we honderden kilometers van de kust zitten. Al het eten wordt hier vanuit het buitenland ingevlogen. Diepgevroren en vervolgens in heteluchtoven ontdooid en verwarmd. Allemaal uitbesteed aan een extern bedrijf. De gedachte erachter: lokaal bereid voedsel kan in dit klimaat leiden tot ongewenste ziekten. En om de missie goed te kunnen doen wil je niet dat de troepen massaal ziek worden.
En zo kan het dat de militairen gisteren zelfs een maaltijd voorgeschoteld kregen die was bereid door team Fifteen van Jamie Oliver, aangeboden door het thuisfront. (zalm, venkel, pasta, salade) Het zijn de kleine dingen die het 'm doen.
Deze zondag staat ook in het teken van de Highland Games. Hoewel de basis op dit moment een grote modderpoel is gaan de spelen gewoon door. Touwklimmen, stanghangen, touwtrekken en jerrycan sjouwen. Iedereen is goed gemotiveerd en wil winnen.
Voor de wat minder lichamelijk ingestelde militairen is er voor het eerst een bazaar waar Uruzgani lokale spullen verkopen. Op een terrein net buiten Kamp Holland hebben ze hun waar uitgesteld. Grotendeels Chinese troep, sigaretten en hier en daar lokaal spul: kleden, messen en geborduurde jurkjes.
Het gesprek van de dag is de komst van de journalist Arnold Karskens, die op eigen gelegenheid in het gebied rondreist. Aangezien hij niet embedded is en dus ook niet de regels heeft onderschreven die Defensie daarbij stelt, wordt hij slechts tot het voorportaal van Kamp Holland toegelaten en met lichte tegenzin te woord gestaan.
De meningen over hem zijn verdeeld. "The shark", vang ik ergens op. En: "Het monster van Loch Ness". Maar ook: "Het is maar één van de vele journalisten, die ook maar gewoon z'n werk doet." En zo is het.
De tijd doden
Kandahar, 1 februari - Voor vertrek op Eindhoven Airport zitten groepjes militairen te kaarten. "Pokeren is tegenwoordig ook in het leger favoriet", vertelt een soldaat. De fiches die in torentjes voor de spelers staan opgestapeld vertegenwoordigen 'officieel' geen eurowaarde, voegt hij eraan toe.
De reis naar Afghanistan zal de komende anderhalve dag in het teken staan van wachten en de tijd doden. De eerste vlucht brengt de groep van ongeveer 150 militairen naar Fujairah, één van de Verenigde Arabische Emiraten. Weer wachten, 4,5 uur om daarna door te vliegen naar Kaboel waar we 's ochtend rond 8 uur arriveren. We zijn dan ruim 12 uur onderweg geweest.
In het Holland House waar we worden ontvangen begint de roulette: wie mag door naar het zuiden en wie niet. Aangezien het Nederlandse leger op dit moment geen eigen transportcapaciteit heeft in Afghanistan en dus helemaal afhankelijk is van de bondgenoten, moeten de troepen soms dagen wachten in Kaboel voordat ze door kunnen naar Tarin Kowt of Kandahar. Maybe Airlines heet het in het jargon. En dus worden we voorlopig ondergebracht in kleine slaapcabines (vier personen per cabine).
Ondertussen spreek ik met een paar bebaarde militairen. "Hebben jullie die bewust laten staan?", vraag ik aan een sergeant van de Luchtmobiele Brigade (vlassig baardje van drie weken). Hij vertelt dat zijn leidinggevende hem inderdaad heeft aangespoord dit te doen.
"Zo zouden we meer respect winnen bij de Afghaanse bevolking", legt hij uit. "En denk je dan veel in contact te komen met Afghanen", vraag ik. "Niet echt", moet hij erkennen.
"Want als Luchtmobiel zijn we hier vooral om te vechten. We worden vanaf de legerbasis in Kandahar per helikopter ingevlogen op het moment dat er ergens een confrontatie is met de Taliban. Dus ja, in principe is het voor mij een vechtmissie, anders zaten wij hier niet als Luchtmobiel."
Om één uur krijgen we te horen dat we samen met vijftig anderen aan het eind van de dag misschien kunnen doorvliegen naar Kandahar. Om drie uur moeten we ons melden. Half verdoofd door gebrek aan slaap en tegelijkertijd ook niet in staat om te slapen, slenteren we tot die tijd maar weer verder.
En dan komt het goede nieuws: we kunnen door. En dus bagage inleveren en scherfvest en helm ophalen. Daarna weer verzamelen. Dan volgt het slechte nieuws. Misschien gaat de vlucht toch weer niet.
"Maar mocht die niet doorgaan, dan krijg je een leenslaapzak om de nacht hier door te brengen." (Onze bagage staat immers al vastgesjord op een palet.) Gemor onder de aanwezigen. "En heeft u dan ook een leentandenborstel?"
Maar gelukkig, na weer een paar uur wachten, blijkt de vlucht toch te gaan. En zo belanden we 's avonds na een reis van 36 uur in Kandahar waar het wachten is op de volgende vlucht naar Tarin Kowt. Je zou er bijna een sik van krijgen (wordt vervolgd.)
Deel deze pagina
»
»
»