De Tweede Kamer wil een parlementair onderzoek naar onderwijsvernieuwingen van de laatste 20 jaar. Welke zijn dat?
1993: basisvorming
Staatssecretaris Wallage (PvdA) voert in 1993 de basisvorming in: leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs gaan ongeveer hetzelfde studiepakket van vijftien vakken volgen. Hierdoor hoeven ze minder snel definitief te kiezen of ze mavo, havo of vwo gaan doen.
Veel leerlingen en leraren hebben moeite met de basisvorming. Leerlingen op mavo-niveau vinden het te zwaar en vwo-scholieren kunnen door de veelheid aan vakken nauwelijks de diepte in.
Inmiddels zijn de regels aangepast: de Basisvorming bestaat op papier nog, maar in de praktijk nauwelijks meer. Scholen hebben sinds 1 augustus 2006 veel vrijheid om het onderwijs in de onderbouw vorm te geven.
1998: tweede fase en studiehuis
In 1998 wordt de bovenbouw van het voortgezet onderwijs (4 en 5 havo, 4, 5 en 6 vwo) ingrijpend veranderd: de tweede fase en het studiehuis worden ingevoerd. Het doel is om leerlingen beter voor te bereiden op het hoger onderwijs.
Staatssecretaris Wallage (PvdA) had de eerste plannen daarvoor al in 1991 gepresenteerd. Belangrijkste onderdeel van de Tweede Fase zijn de vier profielen, die in de plaats komen van de zelf gekozen vakkenpakketten.
Elk profiel bestaat uit een aantal vakken die voor alle leerlingen verplicht zijn, een aantal vakken die bij het profiel horen en een aantal vrij te kiezen vakken. Sinds de invoering van de Tweede Fase zijn er vier profielen (cultuur en maatschappij, economie en maatschappij, natuur en gezondheid, natuur en techniek).
Tegelijk met de tweede fase wordt in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs een andere manier van lesgeven ingevoerd: het studiehuis. Leerlingen werken meer in groepjes en vaak achter de computer, leraren worden begeleiders.
Al snel na de invoering van de tweede fase en het studiehuis barst het protest ertegen los. Scholieren gooien eieren naar staatssecretaris Adelmund (PvdA) en leraren zeggen dat ze met minder plezier naar hun werk gaan. Adelmund versoepelt daarop de eisen.
Dit jaar wordt de tweede fase opnieuw aangepast: er komen minder profielen, minder verplichte vakken en leerlingen krijgen weer meer te kiezen.
1999: vmbo
Het vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) komt in de plaats van vbo en mavo. De plannen voor de nieuwe onderwijsvorm worden ontwikkeld door staatssecretaris Netelenbos (PvdA) in het kabinet-Kok I, om de doorstroming naar het middelbaar beroepsonderwijs en havo te verbeteren. Het vmbo word ingevoerd onder het kabinet-Kok II.
De meeste leerlingen in het voortgezet onderwijs gaan naar het vmbo. Ze kunnen kiezen uit vier leerwegen: twee daarvan zijn meer praktijkgericht en twee meer theoretisch.
Er wordt veel geklaagd over het vmbo. De scholen zouden een vergaarbak zijn van leerlingen uit lagere sociale klassen, die het onderwijs vaak te theoretisch vinden. Velen verlaten de schoolbanken zonder diploma. De laatste tijd gaan er veel stemmen op om de mavo in ere te herstellen.
Het nieuwe leren
De laatste jaren zijn klassikale lessen in het voortgezet en hoger onderwijs steeds meer vervangen door het zogeheten 'Nieuwe Leren', een verzamelterm voor onderwijs waarbij leerlingen en studenten zelf kennis vergaren aan de hand van problemen en opdrachten.
Leerlingen en studenten vinden dat ze daarbij te weinig ondersteuning krijgen van docenten en aan hun lot worden overgelaten. De Onderwijsinspectie onderzoekt of scholen wel genoeg lesuren aanbieden; over een paar weken wordt een tussenrapport verwacht.
Onlangs protesteerden het Landelijk Actie Komitee Scholieren (LAKS), de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB) en de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) bij staatssecretaris Bruins (VVD). Die zegde daarop toe dat hij in ieder geval gaat overleggen met het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Mogelijk mogen scholen langer experimenteren met het nieuwe leren.
Deel deze pagina
»
»
»