Britse archeologen hebben in de buurt van Stonehenge een grote prehistorische nederzetting ontdekt. Het bood waarschijnlijk onderdak aan honderden mensen, eerst aan de bouwers van het enorme complex, daarna aan mensen die er "feest kwamen vieren", aldus de ontdekkers.
Het is de grootste Neolithische nederzetting ooit gevonden in Groot-Brittannië.
De opgraving heeft tot nu toe acht huizen blootgelegd, maar de archeologen verwachten nog tientallen huizen op te graven. De houten muren zijn vergaan, maar door de vloer van klei is de omtrek van de huizen makkelijk te herkennen. Ook is te zien waar het haardvuur, de bedden en de kasten gestaan hebben.
Houten tegenhanger
De opgraving werd gedaan op een paar kilometer afstand van Stonehenge, op de plek waar ooit een houten tegenhanger van de stenen kring stond, de Durrington Walls. Die twee cirkels blijken nu verband met elkaar te houden.
"Stonehenge staat niet op zichzelf. Het is de helft van een duo. Er is er een van steen en een van hout", verklaart Mike Parker-Pearson tegen de BBC. "In plaats van Stonehenge op zichzelf te zien, bekijken we nu hoe de stenen in het landschap passen."
Dat de cirkels van Stonehenge en Durrington Walls met elkaar te maken hebben leidt Parker-Pearson af uit de ligging. Stonehenge is gericht op de midwinter-zonsondergang, die van Durrington juist op de midwinter zonsopkomst. Beide bouwsels hebben ook een stenen weg die naar een nabijgelegen rivier leidt.
Leven en Dood
Parker-Pearson denkt dat het dorp bij Durrington Walls symbool stond voor leven, terwijl Stonehenge tot het rijk der doden behoorde. De cirkel bij Durrington Walls was van hout en dus tijdelijk, Stonehenge was van steen, en eeuwig. De rivier tussen de beide plekken staat symbool voor de reis van de ziel.
"Als ik moet gokken wat er in de rivier gegooid werd, dan denk ik aan crematie-as, boten of misschien wel lichamen in kisten", speculeert hij. In de buurt van de rivier werden resten van brandstapels voor lijkverbranding gevonden. Rond Stonehenge is de as van circa 250 mensen ontdekt.
Feest
Uit de opgravingen blijkt volgens Parker-Pearson dat het dorp niet permanent was bewoond, maar alleen werd gebruikt voor feesten. De gebruikelijke tekenen van permanente bewoning ontbreken. "Je vindt er niet het gebruikelijke huishoudelijke afval. Er is geen gereedschap om huiden schoon te maken of om gewassen te verwerken."
De tijdelijke bewoners namen het bovendien niet zo nauw met de netheid. "Dit is de rijkste opgraving uit deze periode die ik ken in Groot-Brittannië. En daarmee bedoel ik smerigst", vertelt Parker-Pearson. "Zo veel aardewerk en dierenbotten en vuursteen heb ik nog nooit gezien."
De dierenbotten bewijzen dat de plek vrijwel alleen gebruikt werd tijdens de midwinterfeesten. De varkens waarvan botten werden gevonden, waren vaak rond de negen maanden oud. "De botten werden half afgekloven weggegooid. Hier gingen ze naar toe om feest te vieren. Je kunt het het eerste gratis festival noemen."

»
»
»