De vorige jaarwisseling stond voor veel Nederlanders in het teken van de veranderingen in het zorgstelsel. Een dergelijk grote ingreep is deze keer niet aan de orde, maar er verandert wel het één en ander rond werk en inkomen. Voor zover het onze portemonee betreft zijn het over het algemeen verbeteringen. De economie draait goed en dat biedt de ruimte voor meer koopkracht.
Koopkracht en loonstrookjes
De Nederlandse huishoudens gaan er in 2007 tussen de 0,75 en 1,5 procent op vooruit. Dat is een gevolg van enkele overheidsmaatregelen om de koopkracht te verbeteren. In het bijzonder profiteren gezinnen met kinderen daarvan. Zo stijgt de kinderbijslag met gemiddeld 35 euro per kind per jaar. AOW'ers krijgen in 2007 een extra bijdrage van 48 euro per jaar. Ook degenen met een uitkering op grond van de ANW (Algemene Nabestaandenwet) hebben recht op dit extraatje.
De eindbedragen op de loonstrookjes zijn vanaf januari in de meeste gevallen hoger. Gemiddeld stijgt het bedrag onder aan de streep met 20 tot 40 euro, onder meer als gevolg van lagere belastingtarieven. Zo daalt de heffing in de eerste schijf met 0,5 procent, in de tweede schijf valt het tarief 0,05 procent lager uit. Ook de werknemerspremie voor de werkloosheidsverzekering gaat omlaag: met 1,35 procent naar 3,85 procent. Voor een modaal gezin levert dat een voordeel op van 200 euro per jaar.
In veel gevallen zal de vooruitgang nog groter zijn, doordat in veel bedrijven en sectoren hogere lonen zijn afgesproken. Bovendien worden hier en daar pensioenpremies verlaagd.
Sociale zekerheid
Mensen die volledig en langdurig arbeidsongeschikt zijn, krijgen vanaf 1 januari iets meer. De uitkering gaat omhoog van 70 naar 75 procent van het laatst verdiende loon. Degenen die al in 2006 een WIA-uitkering hadden (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen), krijgen de verhoging met terugwerkende kracht.
Gedeeltelijk arbeidsongeschikten die een eigen bedrijf willen beginnen, kunnen rekenen op hulp van de fiscus. Deze starters krijgen in het eerste jaar een aftrekpost van 12.000 euro, in het tweede jaar 8.000 euro en in het derde jaar 4.000 euro.
Aanvragers van een bijstandsuitkering, krijgen recht op een voorschot van minimaal 90 procent van de uitkering. De gemeente moet het voorschot binnen vier weken overmaken en wordt elke periode herhaald tot over de aanvraag is beslist. Deze maatregel moet voorkomen dat mensen in financiële moeilijkheden raken omdat ze zonder inkomsten zitten.
Kinderopvang
Kinderopvang wordt in tachtig procent van de gevallen goedkoper. Vooral midden- en hogere inkomens zijn met kinderopvang voordeliger uit. De inkomensgrens waarboven de overheid bijdraagt in de kosten voor het eerste kind, gaat omhoog van 96.000 naar 130.000 euro.
Werkgevers zijn verplicht mee te betalen aan de kinderopvang in de vorm van een verhoging van de WW-premie. De werknemer merkt hier niets van, hij krijgt de bijdrage van overheid en werkgever van de Belastingdienst.
Hulp in en om huis
De vrijstelling van premies en loonbelasting van hulp in huis wordt uitgebreid. Tot nu toe hoefden particulieren geen premies en belasting af te dragen als de hulp maximaal twee dagen werkt. In de nieuwe regeling is dat uitgebreid naar drie dagen. Bovendien vallen vanaf 1 januari ook tuinonderhoud en verzorging van huisdieren onder de regeling.
Dankzij deze vrijstelling worden de werknemers goedkoper. Ook neemt de administratieve rompslomp voor opdrachtgevers af.
Arbeidsomstandigheden en -tijden
De overheid schrijft niet meer in detail voor hoe werknemers veilig en gezond moeten werken. In de nieuwe Arbowet staan wel regels voor minimale bescherming, maar hoe dat wordt bereikt moeten werkgevers en vakbonden onderling uitmaken.
Op 1 april verandert ook de Arbeidstijdenwet. Die regelt dat werkgevers en werknemers meer ruimte krijgen om afspraken te maken over werktijden. Er gaan minder regels gelden voor het maximum aantal uren dat iemand werkt en voor nachtarbeid. Aparte regels worden afgeschaft en pauzes worden een zaak van de werknemer en zijn baas.
Deel deze pagina
»
»
»