Aanslag na aanslag in Irak

Na de bloedigste aanslag gisteren sinds het begin van de invasie in 2003, zijn in Irak vandaag weer aanslagen gepleegd. Twee zelfmoordterroristen sleurden 22 mensen met zich mee de dood in in het noorden van Irak. Ook raakten 26 mensen gewond.

Het dodental van de bomaanslagen van gisteren in de sjiitische wijk Sadr City in Bagdad is opgelopen tot 202. Gisteren waren al 160 mensen omgekomen en vannacht zijn er meer dan veertig alsnog bezweken aan hun verwondingen. Zeker 250 mensen raakten gewond bij de aanslagen met zes autobommen en met mortiervuur.

Markt

De meeste slachtoffers vielen op een voedselmarkt die regematig doelwit is van soennitische opstandelingen. De explosieven veranderden de straten in een bloedbad vol verwrongen staal.

Ook elders in Bagdad laaide gisteren het geweld op. Bij het ministerie van Volksgezondheid werd de hele dag gevochten: tientallen gewapende mannen probeerden het gebouw, waarin zo'n tweeduizend ambtenaren aanwezig waren, te bezetten. Ze openden het vuur, waarop veiligheidsagenten direct terugschoten. Uiteindelijk werden de rebellen verjaagd door Amerikaanse militairen en helikopters. 

In de Iraakse hoofdstad is na het geweld een uitgaansverbod ingesteld en werden twee luchthavens gesloten. Ook werden vier vliegvelden in de zuidelijke stad Basra en omgeving gesloten.

Tal Afar

De aanslagen van vandaag zorgden voor dood en verderf in Tal Afar, vlakbij de grens met Syrië. De stad diende het afgelopen jaar juist als voorbeeld van de succesvolle actie van Amerikaanse militairen tegen soennitische opstandelingen die banden hadden met al-Qaeda.

Soennieten in Tal Afar klagen dat ze worden onderdrukt sinds de komst van de door sjiieten gedomineerde veiligheidstroepen onder Amerikaanse supervisie.

Het sektarische geweld in Irak neemt steeds gewelddadiger vormen aan. Volgens de Verenigde Naties zijn er in oktober 3700 doden gevallen door aanslagen.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio