Blufpoker van kijvende partijen

Door Tim Overdiek

De oprijlaan van Stormont heeft een lengte van exact één mijl. Die afstand tussen toegangshek en het imposante parlementsgebouw in Belfast is een peuleschilletje in vergelijking met de eindeloze route van het vredesproces. Ondanks alle beloftes, intenties en keiharde afspraken lijken de politieke partijen meer uit elkaar dan naar elkaar te groeien.

En dat terwijl de eindstreep vlak voor ieders ogen ligt. De finishvlag is slechts een handdruk tussen Ian Paisley (DUP) en Gerry Adams (Sinn Fein) verwijderd. Maar vandaag keken de respectievelijk protestantse en katholieke leider elkaar niet eens in de ogen, terwijl ze toch pal tegenover elkaar zaten. Typerend voor de Noord-Ierse politiek. Je ziet elkaar en draait je om.

Aartsrivaal

Een fraai staaltje van dat vingertjes wijzen maakte ik vorige week mee tijdens een kort bezoek aan Noord-Ierland. Met Sinn Fein-politicus Philip McGuigan banjerde ik door het stadje Ballymena, waar aartsrivaal Paisley heer en meester is. McGuigan is van een nieuwe generatie, maar zijn opvattingen klonken als de vooroorlogse ingebeitelde hardheid.

Op een robotachtige manier bleef McGuigan maar politieke statements uitspuwen. En dat terwijl we eerder zo'n ongedwongen gesprek over van alles en nog wat hadden gevoerd. Maar zodra de camera en microfoon tevoorschijn kwamen, schoot hij in een reflex van clichés en verwijten. Vooral verwijten. Sinn Fein legt de schuld van alle politieke ellende bij de DUP.

Weest gerust, andersom gebeurt exact hetzelfde. Off the record willen de rivalen best toegeven dat ze af en toe goed kunnen samenwerken, maar dat officieel voor de buitenwereld erkennen? Over elkaars lijk. Letterlijk. McGuigan nam me mee naar een parkeerplaats in Ballymena, waar in mei een katholieke knaap door vijf protestante jongens werd vermoord.

Alom verontwaardiging, en familie van het slachtoffer riep de gemeenschap op om elkaar te vergeven. Maar McGuigan wees me op de plek waar bloemen en boodschappen van troost waren achtergelaten, en oordeelde kalm: "De DUP predikt een klimaat van haat. Zij zien ons als tweederangs burgers. Zolang zij niet veranderen, zal er nooit vrede komen."

Tralies

Tien minuten later arriveerden we bij een katholieke kerk in een protestantse wijk. Ronduit intimiderend. De kerk lag achter hoge hekken, waar vijandige Ulster-vlaggen wapperden. Tralies voor de ramen, graffiti op de muren met de simpele oproep dat "katholieken hier niet welkom zijn". McGuigan keek nerveus om zich heen, bang voor een mogelijk opstootje.

We bleven er niet lang, omdat hij werkelijk voor zijn leven vreesde. De volgende dag keerde ik er terug. Zondagochtend, en het viel allemaal reuze mee. Want de paar honderd katholieke kerkgangers waanden zich er wel veilig. En dat is de vooruitgang die je ook moet constateren. Auto's worden niet langer vernield, en de gelovigen worden niet langer uitgejoeld.

Na het bezoek aan Ballymena keerden we terug in McGuigans dorp, Dunloy, dat tien kilometer verderop een katholieke enclave vormt in een protestantse provincie. Op het plaatsnaambordje is met witte verf IRA geschilderd, die bezoekers moet helpen herinneren waar hier de sentimenten liggen. Elders in het dorp een monument voor twee dode strijders.

McGuigan nodigde me uit voor een lunch. En zonder mijn apparatuur vertelde hij honderduit over de humor van een zekere DUP-politicus, over de gesprekken in de wandelgangen, en over de onvermijdelijkheid van gedeelde macht. Die onbevangenheid bewees dat de haatvolle taal die wantrouwende politici in Stormont bezigen, bij de blufpoker hoort van twee kijvende partijen die tot elkaar veroordeeld zijn.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio