Afscheid van Afghanistan

Door verslaggever Gerri Eickhof

Samen met cameraman Hans Struik ben ik nu twee weken in Afghanistan geweest. Tijd om naar huis te gaan. Tussen hotel en vliegtuig trekt het hele land nog één keer in vele facetten aan ons voorbij. 

Direct buiten het hotel lopen we muurvast in het verkeer. Een kwartier lang beweegt geen enkele auto, er ontstaat onrust onder de chauffeurs. Er wordt nerveus gelachen en geschreeuwd, in dit soort omstandigheden komt altijd de angst voor een aanslag boven. Maar waarschijnlijk is het gewoon een kwestie van chaos. 

In de verte zien we hoe op de rotonde vier agenten op een bankje aan de kant zitten. Een vijfde loopt als enige met een stok en een bord en een fluitje zinloos druk heen en weer. Plotseling stormen zwaar bewapende NAVO-militairen, Kroaten en Italianen, langs de stilstaande auto's naar voren en bezetten de rotonde. 

Met hun mitrailleurlopen dirigeren ze een paar voertuigen een paar meter terug, waardoor één van de rijen net genoeg ruimte krijgt om te rijden. 

De NAVO-wapens voorkomen dat de Afghanen nu als gewoonlijk ieder voor zich zo snel mogelijk een gaatje in de gewenste richting proberen te vinden en zo een nieuwe onontwarbare knoop veroorzaken. Het gaat, onder Europese leiding dus, ineens allemaal heel gedisciplineerd. Vijf minuten later rijdt ook onze straat weer, als laatste. 

We zien hoe de Kroaten en Italianen zich langzaam terugtrekken, waakzaam met draaiende bewegingen, bedacht op aanvallen van opzij of in de rug. De enige Afghaanse agent die nog iets geprobeerd had loopt naar zijn collega's en krijgt een kopje drinken, groene thee waarschijnlijk. 

Pandemonium

Bij het vliegveld moeten we, anders dan vijf maanden geleden, toen ik hier voor het laatst was, tweehonderd meter voor de vertrekhal uitstappen. Controle in een container. 

Als ze onze Nederlandse paspoorten zien gaat het ineens allemaal veel sneller en hoeft ook de visitatie niet meer. Dan met al onze bagage weer verder naar de stoep van de ingang van de hal. 

Tijdens deze wandeling stortten zich negen kruiers op onze vier koffers. Probleem is telkens dat wanneer we er één met succes afpoeieren zijn collega's zich van de spullen meester maken. 

Onderling hebben de mannen voortdurend ruzie over wie de meeste rechten heeft en daarbij vallen nu en dan rake klappen. "Heren, heren" roepen zou volkomen zinloos zijn. Eindelijk temidden van dit pandemonium, bereiken we dus de ingang. 

Nu worden er honden op onze koffers losgelaten. Vervolgens moeten we zelf door een detectiepoortje. Dat doet het niet, dus worden we meteen na het poortje gefouilleerd. De bagage wordt verder op geen enkele wijze gescand. 

Binnen weer kruiers voor de resterende tien meter. Ze kijken beteuterd wanneer ik ze een Afghaanse fooi geef, er ontstaat commotie, maar we worden ontzet door een vent die de koffers wil tapen om te voorkomen dat ze tijdens de reis openspringen. Handige vogel, spreekt goed Engels en herkent ons van de vorige keer. Vraagt wel verrekte veel geld voor die paar plakbandjes.

Zwarte handschoenen

In de rij voor de balie worden we telkens links voorbijgelopen door types in strakke pakken of leren jacks. Hooggeplaatsten of criminelen, in elk geval mensen met het geld en/of de macht om voor te dringen. 

Rechts zitten twee vrouwen van top tot teen gehuld in zwart, niets te zien, erger nog dan de burka. In hun zwarte handschoenen zijn de tickets geklemd. Ze worden volkomen genegeerd, geen idee hoe deze spookachtige wezens ooit aan boord zullen komen. 

Aan de balie beweren ze dat het niet mogelijk is onze bagage meteen door te labelen naar Amsterdam. In juni kon dat wel. Maar men houdt voet bij stuk. Nieuwe veiligheid kennelijk. 

En we worden ook telkens bijzonder onvriendelijk, ronduit grof bejegend, het Engels van deze beambten mist zelfs de geringste verfijning die enige aardigheid zou kunnen uitdrukken. 

Bovendien hebben ze een vaste baan, ze hebben niets van ons nodig, dus waarom zouden ze ons ook maar enigszins tegemoet komen in wellevendheid. Afghanistan is een keihard land. Keihard. 

Laatste controle

Bij de paspoortcontrole bladert de chef door onze boekjes zonder er werkelijk in te kijken. Toch vindt hij de visa en zet een stempel. Dan houdt hij de paspoorten halfhoog en laat ze letterlijk vallen voor de neus van een collega. Die kijkt nog even of ze niet vervalst zijn en laat ze dan op dezelfde wijze in de gleuf onder het raampje flikkeren, zodat wij ze kunnen oppakken. 

Bij de laatste controle voor de enige gate van het vliegveld staat een knaap die ik van de vorige keer herken. Hij herkent ons ook en wuift ons zonder probleem en zonder de verplichte controle uit te voeren verder. Hij lacht en geeft ons een hand. 

Vorige keer ontplofte er tijdens het wachten een bom langs de startbaan, nu gebeurt er niets. Desondanks vertrekken we  net als toen ruim een uur te laat. Benieuwd hoe het de volgende keer zal gaan……

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio