Nederlandse officieren hebben in 2003 tientallen Iraakse gevangenen nat gespoten, uit hun slaap gehouden en aan fel licht en hoge geluiden blootgesteld. Dat meldt de Volkskrant vandaag. Het ministerie van Defensie bevestigt het verhaal.
In de Volkskrant van vanochtend zegt Willem van Genugten, hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit van Tilburg, dat de handelingen volgens internationaal recht vallen onder marteling. Het ministerie van Defensie ontkent dit. Ook emeritus-hoogleraar Frits Kalshoven, gespecialiseerd in oorlogsrecht, vindt op basis van de eerste feiten dat er niet over marteling gesproken kan worden.
Stofbril
Het wangedrag deed zich in november 2003 voor in de Iraakse provincie al-Muthanna. Functionarissen van de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (MIVD) zouden verdachten tijdens verhoren een stofbril op hebben gedaan waardoor ze niets zagen. Van het ene op het andere moment werd de bril afgedaan en kregen de verdachten fel licht in de ogen.
De Irakezen zouden zijn natgegooid om wakker te blijven. Ook kregen ze te maken met 'bijzonder hoge geluidstonen'. Bij de verhoren zou de verplichte juridisch adviseur niet aanwezig zijn geweest.
Volgens het ministerie van Defensie zijn de incidenten destijds gemeld in Den Haag. De betreffende officieren zouden intern zijn bestraft. Of ook minister Kamp van Defensie toen op de hoogte is gesteld, is nog onduidelijk.
Het Openbaar Ministerie onderzoekt vandaag of de voorvallen bij de afdeling Militaire Zaken bekend waren.
Deel deze pagina