Door NOS-verslaggever Gerri Eickhof
De resultaten van de Jaarlijkse Nationale Enquête zijn weer uit, zoals altijd in november, zoals altijd voorpaginanieuws in de dagbladen van Kabul. De belangrijkste vraag is opnieuw of de 27 miljoen Afghanen positief de toekomst tegemoet zien.
Zestig procent blijkt optimistisch. Maar, zo schrijven de kranten, dat is 10 procent minder dan vorig jaar. Het zijn trouwens iedere keer weer opvallend ronde cijfers. Zo blijkt van de pessimisten 70 procent te somberen vanwege de economische situatie, dertig procent maakt zich vooral zorgen om de veiligheid.
"Dat komt", zo zeggen onze jongens, ook bepaald geen lachebekjes, "doordat voor arme mensen hun ellende elke dag realiteit is terwijl de kans dat je slachtoffer wordt van een aanslag ondanks alles natuurlijk toch maar heel klein is. En aanslagen zijn een kwestie van noodlot, economie is een kwestie van de regering."
Onze jongens, tolk Hassan, chauffeur Hakim. Zo heten ze niet echt, maar hun werkelijke namen noem ik maar niet omdat het allebei toch een beetje scharrelaars zijn. Ze doen geen vlieg kwaad, maar ze doen wel dingen die officieel niet helemaal kloppen, niet helemaal mogen.
Bendeleiders
Dat geldt voor heel veel mensen hier. Want nog wat cijfers: 35 procent van de Afghanen heeft een normale baan. Nog eens 35 procent krabbelt en schnabbelt, van invalide bedelaars tot criminele bendeleiders. En 30 procent heeft helemaal geen middelen van bestaan.
Hassan, 22 jaar oud, heeft in het dagelijks leven drie baantjes. Van 8 tot 5 werkt hij voor Roshan, het grootste netwerk voor mobiele telefonie en internet. Van 7 uur 's avonds tot 2 uur 's nachts trekt hij een uniform aan en houdt aan de rand van de stad de wacht bij een kantoor van de drugsbestrijding.
Op vrijdag, de wekelijkse vrije dag, werkt hij van negen uur in de ochtend tot het middaguur mee aan een televisieprogramma voor jongeren. Maar nu heeft hij zich bij al zijn broodheren ziek gemeld omdat hij bij ons meer kan verdienen.
Hakim, 28, werkt normaal als snorder, illegaal taxichauffeur. Hij rijdt in een auto van een neef. Zijn eigen auto heeft hij vorig jaar voor 2500 dollar verkocht. Met dat geld heeft hij een mensensmokkelaar benaderd.
Iraanse ambassade
In het laadruim van een vrachtwagen werd hij met veertig anderen naar Turkije gebracht, daarna moest hij kilometers lopen, helaas recht in de armen van de Turkse politie die de groep waarschijnlijk al vanaf de grens in de gaten had. Opgepakt, twee maanden cel, vervolgens teruggebracht naar Afghanistan. Hij wil het volgend jaar opnieuw proberen, gedroomde eindbestemming Groot-Brittannië.
We rijden langs de Iraanse ambassade. Er staat, zoals elke dag, een rij van honderden mensen. Allemaal hebben ze een paspoort in de hand. Ze willen een visum, ze willen weg. Liefst naar Europa of Amerika, maar Iran en Saoedi-Arabië zijn realistischer. Toch vragen ze het maar eens: of het makkelijk is voor Afghanen om zich in Nederland te vestigen.
We moeten ze teleurstellen, leggen een paar dingen uit over Nederland en adviseren om, als ze het er echt op willen wagen, Duitsland of Spanje te proberen. Onze jongens kijken treurig voor zich uit. Bij Hassan en Hakim zijn de enquêteurs niet langs geweest.
Deel deze pagina
»
»
»