Correspondent Kees Broere schrijft een weblog over de Congolese presidentsverkiezingen.
Inmiddels is de zittende president Joseph Kabila herkozen. Hij versloeg zijn uitdager, de vice-president Jean-Pierre Bemba. Het verwachte geweld blijft voorlopig uit.
Ontmoeting met een 'echte' generaal
Kinshasa, 20 november - Een bezoek aan Congo is niet compleet zonder een ontmoeting met een generaal. De laatste jaren is dat steeds makkelijker geworden, want in de vorming van een nieuw nationaal leger moesten heel wat mensen tevreden gesteld worden. Dat lukte blijkbaar het best door hun een hoge militaire rank te geven.
Inflatie van de titulatuur was hierdoor onvermijdelijk. Er zijn, zeker in het oosten van dit land, mannen geweest die, niet gehinderd door enige formele militaire opleiding, op zeker moment de wapens hebben opgenomen en als rebellen plunderend en brandschattend door Congo zijn gegaan.
De juiste titel voor een deel van hen zou eenvoudig die van 'oorlogsmisdadiger' zijn. Maar de geschiedenis heeft voorlopig anders voor hen geoordeeld. Rebellen van toen zijn gerespecteerde militairen van nu geworden. Integratie heet dat. Met dus ook een bijbehorende hoge rank.
Er lopen hier ook echte generaals rond. Maar die zijn niet noodzakelijk Congolees. De in Nederland bekendste onder hen is uiteraard Patrick Cammaert. Hij is de plaatsvervangend commandant van Monuc, de VN-vredesmacht voor Congo.
Cammaert leidt ook de oostelijke divisie van Monuc, en is daarmee feitelijk de echte militaire leider van de vredesmacht, met ook de bulk van de in totaal 17.000 VN-militairen onder zijn hoede. Zijn standplaats is Kisangani, aan de evenaar, bij 'de bocht' van de Congo-rivier.
Maar gisteren kwam ik hem in de hoofdstad Kinshasa tegen. In tenue of in burgerkleding: generaal Cammaert is waarlijk an officer and a gentleman.
In Congo heeft hij nog zo'n 2,5 maand te gaan en dan zit de loopbaan van deze man uit het Korps Mariniers er officieel op.
Ook aan hem de vraag hoe het nu met Congo verder moet. Zijn stelling blijft: Monuc is nog zeker tien jaar nodig. Dat het daarvan niet zal komen, weet hij ook. Generaals zwaaien af. Dit land gaat wankelend zijn toekomst tegemoet.
Houdt de politiek zich koest?
Kinshasa 19 november - Bij een demonstratie, al is die klein en nauwelijks georganiseerd, gaat de blik van de verslaggever alle kanten op. Waarom rennen die jongeren links de hoek om? Wat moet die man rechts, die ongevraagd zijn broek laat zakken? Deelt daar iemand een politiek pamflet uit, of wil hij dat we in zijn restaurant komen eten?
Genoeg te zien was er zaterdagmiddag ook voor de deuren van het Congolese Hooggerechtshof. Advocaten en medewerkers van Jean-Pierre Bemba, de verliezer bij de verkiezingen, kwamen er hun klachten tegen de uitslag deponeren. De rechters zullen er een weekje naar kijken, en de zaak vervolgens afwijzen.
De politie was allesbehalve massaal aanwezig, hetgeen waarschijnlijk een slimme zet was. Een paar agenten voor de trappen van het Hooggerechtshof hielden de jongeren op afstand. Het schelden en schreeuwen, iets dat bij elke demonstratie verplicht lijkt, leken de politiemannen gemoedelijk te ondergaan.
Op zeker moment trok een agent mijn aandacht. "Iemand zoekt u", hield hij me voor. Pardon? Ik had geen idee wie hij zou kunnen bedoelen. Maar ineens zag ik hem staan, ietsje buiten de joelende menigte: monsieur Jules, iemand met wie ik eerder dit jaar in Congo dagen achtereen ben opgetrokken.
Jules is de eigenaar van een duwboot. Cameraman Sven Torfinn en ik zijn in juni een kleine week lang samen met hem en honderden passagiers stroomopwaarts over de Congo-rivier gegaan. Het was een bijzondere tocht, ook omdat het voor Jules de eerste keer was dat hij zijn vracht- en passagiersboot liet varen.
Dat alles vóór de verkiezingen. Jules wilde een voorproefje nemen op het nieuwe, ondernemende Congo van zijn dromen. De zaken gaan goed, zo vertelde hij me zaterdag. Als de politiek zich nu koest zou houden, zou hij flink aan de slag kunnen.
We keken om ons heen. De politiek. De man rechts trok zijn broek weer op.
Subtiele blingbling in Kinshasa
Kinshasa 18 november - De eerste collega's zijn vanochtend naar de luchthaven gegaan. Op weg naar huis, of naar een andere nieuwsbestemming. Voor hij in zijn vliegtuig stapte, belde er eentje nog snel even op: "Alles nog rustig?" Jawel, alles rustig. Voor nu.
Tijd dan om weer eens een uitgebreide blik op de Congolese kleding te werpen. En dan vooral die van de heren. De dames onderscheiden zich in hun fraaie gewaden vaak niet al te veel van andere West-Afrikaanse vrouwen. Maar sommige mannen hebben iets unieks.
Vroeger werden de uiterst verzorgd geklede jongemannen sapeurs genoemd, een uitdrukking die is afgeleid van de niet-bestaande 'Maatschappij voor Elegante Personen', oftewel la Sape. Met hun maatpakken en extravagante stropdassen maakten ze niet alleen een cultureel, maar ook een politiek gebaar.
In de tijd van president-dictator Mobutu gold immers het abacost als de voorgeschreven kledij. Het abacost ('weg met het kostuum') heette inheemse Afrikaanse kleding te zijn, maar was in de praktijk niet veel meer dan een variant op een armzalig Mao-pak.
Van dat alles is geen sprake meer, al kom je het abacost soms nog tegen.
De jeugd kleedt zich doorgaans zoals zijzelf wil; Afrikaans, westers, of in Latino-stijl. Maar de mannen hebben vaak nog steeds dat kleine, onderscheidende extra. Blingbling, zeker, maar soms ook heel subtiel.
Neem bijvoorbeeld de manier waarop een man hier uit een stoel kan opstaan, en even de mouwen van zijn gesteven hemd onder de armen van het colbertje te voorschijn trekt, zodat een manchetknoop het felle zonlicht kan opvangen en weerspiegelen. Een flits, veel meer is het niet.
Maar de flits maakt duidelijk dat hier een 'heer' staat. Het is een gebaar dat grote klasse verraadt. Natuurlijk is de man zich hiervan bewust. Hij kijkt nog even om zich heen, werpt het hoofd in de nek en verdwijnt. Wij sloebers blijven zwijmelend achter.
Gespannen kalmte in Congo
Kinshasa, 17 november - Ooit werd ik thuis in Nairobi schuldig bevonden aan een verkeersongeluk. Ik had me aan de regels gehouden. Een straalbezopen chauffeur was tegen mij opgebotst. Maar nee, zo bleek uit het politiebericht. De man was "dronken, maar stabiel".
Ik wist niet dat het kon. Beide termen sluiten elkaar volgens mij uit. Ik moest hieraan gisteren denken toen ik door de straten van Kinshasa reed. Niet aan dronken chauffeurs, maar aan twee werkelijkheden die blijkbaar gelijktijdig bestaan.
Dit keer was de term 'gespannen kalmte'. Als ik gespannen ben, voel ik mij doorgaans allesbehalve kalm. Voor de inwoners van Kinshasa geldt dat volgens mij niet anders. Waarom dan toch deze uitdrukking?
Laat ons eerst proberen de gebeurtenissen van donderdag in de Congolese hoofdstad te overzien. Veel, zo niet de meeste kantoren en winkels bleven een dag na het bekendworden van de verkiezingsuitslag gesloten. In veel straten was het opvallend rustig voor zo'n doordeweekse dag. Kalmte dus.
Maar bij het kantoor van de verliezer, Jean-Pierre Bemba, gold een heel ander verhaal. Aanhangers van deze politicus, die een paar jaar geleden nog rebellenleider was, probeerden het de inwoners, de politie en de soldaten van de VN-vredesmacht Monuc lastig te maken.
Dat lukte nu en dan, en soms met ook erg vervelende gevolgen. Mensen in auto's kregen stenen naar hun hoofd geworpen. Aanhangers van president Joseph Kabila werden uit een busje gesleurd en achterna gezeten. Bij een vrouw werden de kleren van het lijf gescheurd. Gespannen dus.
De pers was voorbereid op nog veel ernstigere onrust, zo niet op fors en zwaargewapend geweld. Daarvan kwam het donderdag niet. En dus zit er blijkbaar niet veel meer op dan de term 'gespannen kalmte' te hanteren.
Vandaag regent het. Dat zou ook relschoppers wel eens van de straat kunnen houden. Voorlopig zetten we daarom in op 'natte kalmte'.
Muziek in plaats van geweld
Kinshasa, 16 november - Nog meer muziek. We zijn tenslotte in Congo, het Afrikaanse land waar muziek zo'n beetje uitgevonden lijkt te zijn. Hoe verdeeld de samenleving hier ook kan zijn, zo zeggen de mensen zelf, de muziek weerspiegelt een Congolese ziel waarin iedereen zich kan vinden.
De mooiste muziek kwam gisteravond van een groepje mensen dat de verkiezingsoverwinning van president Joseph Kabila vierde. Voorop ging een man met een enorm instrument voor de buik, een bord dat mij nog het meest aan een harp zonder snaren deed denken.
Er kwamen weemoedig-exotische klanken uit. Iemand vertelde me dat in het oosten van Congo, hier zo'n 1500 kilometer van de hoofdstad Kinshasa vandaan dus, het traditionele instrument erg bekend is. Het oosten van het land is ook de plek waar Kabila de meeste stemmen heeft gehaald.
Andere muziek, als dat de term is, klonk op straat. Vlak voor mijn hotel hadden zich wat zingende, schreeuwende en dansende aanhangers van de president verzameld. Vrijwillig of, zoals iemand opmerkte, uitdrukkelijk gearrangeerd, om het de pers nog makkelijker te maken. En inderdaad, het groepje was ook op de NOS te zien. Hapklaar cameravoer immers.
Elders in de hoofdstad was het erg rustig. Of dat zo blijft, gaan we de komende dagen meemaken. Op donderdagochtend zijn hier en daar wat stenen door wat straten gevlogen. Maar goed, dat moeten we voorlopig misschien ook maar als 'vreugdevuur' zien. Zoals mensen gaan dansen, zo willen stenen wel eens gaan vliegen als er camera's in de buurt zijn.
Voor het eerst in ruim veertig jaar heeft de Congolese bevolking zich in relatieve vrijheid over haar toekomst mogen uitspreken. Wat die toekomst precies brengen gaat, weet nu nog even niemand.
Ook dat bleek gisteren uit muziek. Op het terras van mijn hotel, waar ik in een pizza hapte, speelde een bandje. 'Que será, será. Whatever will be, will be. The future '
Annie M.G. Schmidt in Congo
Kinshahsa, 15 november - Als ik iemand dezer dagen in de Congolese hoofdstad Kinshasa regelmatig tegenkom, dan is het wel Hendrik Haan. Kent u hem? Die ja, Hendrik Haan uit Koog uit de Zaan. Niet de echte, natuurlijk (zo die al bestaat), maar de Hendrik uit het liedje van Annie M.G. Schmidt.
Hendrik Haan, zo wilde de mare, had de kraan open laten staan. Het gevolg? Wel, eerst liep de badkamer onder, maar uiteindelijk, als we de berichten moesten geloven, niet minder dan de hele stad. "Denkt u toch eens even: niemand meer in leven!"
In Kinshasa staat Hendrik Haan beter bekend als 'Radio Trottoir', oftewel het geruchtencircuit. Congolezen zijn geweldige vertellers en doen weinig liever dan met elkaar in al dan niet verhit debat gaan. Het resultaat van een en ander is echter ook dat er soms meer geruchten lijken te zijn dan mogelijke waarheden.
Een voorbeeld. Gister streek ik even neer op een terras. Het is hier erg heet, en dat niet alleen in klimatologische zin. Ik bestelde mijn koude cola en vernam al snel: "Heb je het al gehoord? Jean-Pierre Bemba heeft zichzelf tot president uitgeroepen."
Wisendrie, dat is nieuws. Bemba is de tegenstander van president Joseph Kabila in de presidentverkiezingen. Volgens alle officiële peilingen staat Bemba op verlies. Maar nu zou hij dus het heft in eigen hand hebben genomen door zich tot nieuwe president te verheffen.
Het werd tijd een en ander na te gaan. Toen bleek al snel dat niet Bemba zelf, maar leden van zijn partijencoalitie 'Union pour la Nation' het bericht hadden verspreid. Vervolgens bleek hij nog niet tot president maar tot winnaar van de verkiezingen te zijn bestempeld. En daarna bleek ook dat niet te kloppen, maar ging Bemba volgens zijn coalitie enkel op kop in de stemmentelling. En zelfs dat laatste is dus niet waar.
Dus zing ik maar weer verder. "Oh, zei Hendrik, 't was maar even. Het hele verhaal is nogal overdreven."
Deel deze pagina