Kabul is vesting geworden

Door verslaggever Gerri Eickhof

Misschien vreemd, maar eigenlijk kennen we Kabul als een leuke, vrolijke stad. Cameraman Hans Struik en ik zijn de afgelopen jaren meerdere keren in de Afghaanse hoofdstad geweest, maar onze langste bezoeken waren eind 2001, toen de Taliban net verdreven waren, en eind 2004, toen de presidentsverkiezingen werden gehouden.  

In 2001 hebben we toen, daags nadat de avondklok was opgeheven, een grote verkeersopstopping in het centrum gefilmd. De automobilisten en de omstanders schaterden van het lachen. Het was voor het eerst in twintig jaar dat de bewoners weer zo massaal de straat opgingen, de eerste file in twintig jaar! 

De autoradio's stonden keihard aan, om in te halen dat muziek onder de Taliban strafbaar was. En in 2004 stonden de mensen al bij het krieken van de verkiezingsdag geduldig in urenlange rijen, blij dat ze mochten wachten om hun stem te laten tellen.  

Met die beelden in ons achterhoofd is de hernieuwde kennismaking een teleurstelling. Wat op weg van het vliegveld naar het hotel het eerst opvalt, is dat de stad veel schoner is geworden. Ondanks het feit dat bevolking in vijf jaar tijd is gegroeid van 700.000 naar 3,5 miljoen. Er is veel puin geruimd en er wordt waarschijnlijk ook met enige regelmaat geveegd. Maar naarmate het schoner wordt, wordt het ook naargeestiger.  

Militaire forten

De netste gedeelten zijn de duurste en gevoeligste gedeelten en daar zijn veiligheidszones aangelegd zoals we die ook wel kennen uit Bagdad. De Amerikaanse en Britse ambassades lijken op militaire forten met uitkijktorens, zandzakken, slagbomen en wachtposten met mitrailleurs, veel wachtposten met mitrailleurs. 

Voor je die straten in mag moet je eerst bij weer een andere wachtpost je paspoort laten zien, nog meer zandzakken, nog meer mitrailleurs. Na de zones van de Amerikanen en de Britten rijden we amper een halve kilometer of jawel, weer een beveiligd gebied. Wat hier nou zo belangrijk aan is, wordt niet meteen duidelijk. Het gebeurt nog twee keer. En verder zien we dat onderweg elk pand van enige waarde, elk winkelcentrum, elk modern restaurant, elk wat groter kantoor ook gewapend beveiligd wordt.  

Dan de lange laatste weg, rotonde, hotel. Voor 120 dollar per nacht worden we eerst ingeklemd tussen twee slagbomen en twee portiers met, natuurlijk, mitrailleurs. Een spiegel onder de auto om te controleren op bommen. De Taliban hebben dit jaar meerdere aanslagen in Kabul gepleegd en ook Hotel Serena heeft een paar maanden geleden flinke schade opgelopen. 

Vruchtensap

Dus motorkap open. Achterbak open. Dan zwaait de loodzware poort eindelijk opzij. We rijden de binnenplaats op, stappen uit en ontdoen ons van helm en kogelvrij vest. Nederlandse militairen hadden ons geëscorteerd en waren zo bezorgd voor onze veiligheid dat ze ons vroegen die aandachttrekkende zware attributen aan te doen. 

Als we uiteindelijk opgelucht de lobby in willen lopen op weg naar het alcoholvrije bier dat hier geschonken wordt stuiten we op de laatste controle: een detectiepoortje en fouillering. En daarachter alweer een oplettend kijkende vent. Wat valt er nu nog van ons te vrezen? Niets, behalve onze irritatie kennelijk. Want de man knikt ons vriendelijk toe en fluistert: "Welkom, mag ik u namens het hotel een glas vruchtensap aanbieden?" 

Morgen vallen we niet meer onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse militairen en kunnen we weer gewoon doen. Eens kijken of er nog wat te lachen valt. En de portiers zeggen ons dat als ze de gasten eenmaal herkennen de controle ook veel minder wordt. Lijkt me voor de veiligheid trouwens niet zo een goede tip.  



Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio