"Vooruitzicht voor Darfur somber"

Het gedwongen vertrek van VN-gezant Pronk uit Sudan is een nieuwe stap in de verslechterende situatie in de West-Sudanese regio Darfur. Hoewel er nog circa 7000 militairen van de Afrikaanse Unie in de regio zijn gelegerd, is er nu vrijwel niemand meer die namens de internationale gemeenschap een oogje in het zeil kan houden. 

De komst van een VN-troepenmacht naar Darfur lijkt met de uitwijzing van Pronk ook verder weg dan ooit. Dat beaamt ook professor Jon Abbink van het Afrika Studie Centrum in Leiden. Abbink volgt de ontwikkelingen in Sudan al jaren op de voet.

Hij beschouwt de uitwijzing van Pronk als een verdere versteviging van het regime in de Sudanese hoofdstad Khartoum. "De regering heeft geen boodschap aan een oplossing van het conflict in Darfur. Ze willen het conflict militair oplossen en dan kunnen ze geen pottekijkers gebruiken. Dat Pronk op zijn weblog had gemeld dat het Sudanese regeringsleger in het noorden van het land een nederlaag had gelegen, lag dan ook erg gevoelig." 

Arroganter

Abbink verwacht niet dat Khartoum snel aan de onderhandelingstafel zal plaatsnemen. "Sudan beschouwt zichzelf als een natie in wording. Opgepept door de gigantische olie-inkomsten van de afgelopen jaren is het regime van Omar al-Bashir steeds arroganter geworden. Ze weten dat ze in de VN-Veiligheidsraad beschermd worden door Rusland en China. Daardoor zullen er geen strenge sancties tegen Sudan worden afgekondigd. Maar Sudan moet wel opletten dat het de steun van China niet verliest." 

Ondertussen is de bevolking in Darfur het slachtoffer van het internationale politieke getouwtrek en van het Sudanese leger, dat sinds het vertrek van Pronk nog meer dan voorheen zijn gang kan gaan, erkent Abbink. 

Hij verwacht niet dat er de komende jaren veel verandert in de regio. "Voor de bevolking zal de ellende voortduren."

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio