De Turkse schrijver Orhan Pamuk heeft andere kanshebbers voor de Nobelprijs voor Literatuur zoals Hugo Claus en Cees Nooteboom achter zich gelaten. Hij krijgt de felbegeerde gouden plak en de prijs van 1,1 miljoen euro.
"In de zoektocht naar de melancholieke ziel van zijn geboortestad Istanbul heeft Pamuk nieuwe symbolen ontdekt voor de botsing en vervlechting van culturen", staat in het juryrapport.
Orhan Pamuk is op 7 juni 1952 geboren in Istanbul in een welgesteld milieu. De familie van zijn moeder behoorde tot een oude clan van textielfabrikanten, de vader van zijn vader was een ingenieur, die bij de aanleg van het spoorwegnet in Turkije een vermogen had verdiend. Diens beide zoons joegen het familiefortuin er echter in enkele decennia doorheen.
In de traditie van zijn familie begon Orhan aan een studie architectuur. Na drie jaar stopte hij daarmee en stapte over naar de werkgroep journalistiek van de letterenfaculteit.
Hij begon al vroeg met schrijven maar kreeg er pas vertrouwen in nadat hij in Iowa een schrijversworkshop had gevolgd. Tussen 1974 en 1978 schreef Orhan Pamuk zijn eerste roman 'Cedvet Bey ve Ogullari'. In '79 kreeg hij er de hoofdprijs in een romanwedstrijd voor.
Witte vesting
Het integreren van kennis en het samengaan van Oost en West vormen het thema van Pamuks roman, 'Beyaz Kale' (1985), vertaald als 'De witte vesting'.
Als een 17de-eeuwse Venetiaanse student die door kapers als slaaf naar Istanbul is gebracht en weigert zich tot de islam te bekeren, wordt hij van de hand gedaan aan een Hodja, een moslim-leermeester.
'Het zwarte boek' (Kara Kitap, 1990), een ingenieus geconstrueerde roman, is een van de bekendere werken van Orhan Pamuk.
De speurtocht naar zijn vrouw Rüya en haar halfbroer Celal voert Galip in die roman niet alleen fysiek kriskras door Istanbul. Het boek krijgt ook een metafysische dimensie als hij probeert Celals geest te doorgronden en daartoe diens columns gaat herlezen.
Deze columns, waaronder ook mysterieuze en sprookjesachtige verhalen, wisselen af met het verhaal van de omzwervingen van Galip. Een aantal van de columns is trouwens geschreven door Galip zelf. Hij identificeert zich zozeer met Celal dat hij steeds meer in diens huid kruipt.
Karmozijn
Eind 2001 verscheen bij De Arbeiderspers 'Ik heet Karmozijn' (Benim adim kirmizi), de zesde roman van Orhan Pamuk. In 2003 werd die bekroond met de International IMPAC Dublin Literary Award.
De roman is een thriller maar ook een meeslepend liefdesverhaal en tegelijk een beschouwing over de verschillen in de opvattingen over kunst en leven in het Oosten en het Westen.
Eind zestiende eeuw heeft een sultan de miniatuurschilders in Istanbul opdracht gegeven een boek te illustreren. Dat ze daarvoor tekeningen in westerse stijl moeten maken, zorgt voor veel onrust. Die wordt nog veel groter als een van hen is vermoord.
In Sneeuw (Kar, 2002), de nieuwste roman van Orhan Pamuk, is een dichter die twaalf jaar in Duitsland woonde, neergestreken in Kars, een arme provinciestad in het oosten van Turkije, waar het voortdurend sneeuwt. De lokale overheid maakt van het isolement gebruik bij haar streven de stad van islamieten te ontdoen.
Genocide
In Turkije werd Pamuk enige tijd gezien als controversieel persoon door zijn expliciete uitspraken over de Armeense kwestie en het gewapende conflict met de Koerden. Pamuk dreigde zelfs vervolgd te worden omdat hij in een interview had gezegd dat er dertigduizend Koerden en een miljoen Armeniërs zijn vermoord in Turkije. "Niemand durft daarover te spreken, behalve ik", repliceerde hij.
In januari dit jaar trok justitie de klacht in omdat de betrokken wet ten tijde van het gewraakte interview nog niet van kracht was.
Academie
Voor velen kwam de uitverkiezing van Pamuk als winnaar niet als een verrassing. Toch heeft de Zweedse Academie in Stockholm, die de winnaar kiest, in de loop der jaren een reputatie van onvoorspelbaarheid opgebouwd waarbij die van de jury's van de Booker Prize verbleekt.
Vorig jaar mocht de Britse toneelschrijver Harold Pinter de Nobelprijs voor Literatuur in ontvangst nemen. In 2004 ging de onderscheiding naar de Oostenrijkse schrijfster Elfriede Jelinek. Het jaar ervoor was de Zuid-Afrikaan J.M. Coetzee de winnaar.
Met dank aan Jef van Gool
