Uitbreiding natuurgebieden vertraagd

De uitbreiding van de beschermde natuurgebieden in Nederland loopt vertraging op. De overheid wil er over twaalf jaar 275.000 hectare natuurgebied bij hebben, maar het tempo waarin dat gebeurt is volgens de Algemene Rekenkamer te laag.

Op dit moment is 38 procent gerealiseerd. Dat is te weinig om het doel van in totaal bijna 730.000 hectare in 2018 te bereiken.

Rond dat jaar moet er een netwerk zijn van natuurgebieden die in elkaar overlopen, de ecologische ruggegraat van Nederland. 

Door bestaande natuurgebieden uit te breiden met zones die met elkaar worden verbonden, wordt de leefruimte van planten en dieren groter. Onderdeel daarvan kunnen natuurbruggen of ecoducten zijn. Volgens de plannenmakers is deze ecologische hoofdstructuur (EHS) nodig om de biodiversiteit te beschermen. De winst moet zijn dat minder planten en dieren uitsterven.

Otter

De Rekenkamer, die controleert of de Rijksoverheid verantwoord met zijn geld omgaat, is het eens met dat doel. "Wil je otter, moerasparelmoervlinder en knoflookpad in Nederland behouden, dan moet hun leefgebied groter worden", zegt Gerrit de Jong van de Rekenkamer.

De vorming van de verbindingszones gaat moeizaam, door lastige procedures om grond van boeren en particulieren te verwerven. Ook valt het tegen om van voormalig landbouwland natuurgebied te maken, vaak doordat de grond te droog is.

Niet alle extra natuurgrond wordt door de overheid gekocht. Ook particulieren kunnen natuurgebieden inrichten, zoals boeren die hun grond natuurvriendelijk beheren. De Rekenkamer vindt dat niet sterk, want er is geen zekerheid dat de landbouwers hun ecologische werkwijze langdurig voortzetten. De subsidie waarvoor deze boeren in aanmerking komen, wordt verleend voor zes jaar.

Resultaten

Ook vindt de Rekenkamer dat er onvoldoende gegevens zijn om de resultaten te kunnen meten. Over de gerealiseerde natuurkwaliteit kan de Rekenkamer dan ook geen nauwkeurige uitspraak doen.

Door het ontbreken van cijfers (er is geen 'nulmeting') wordt bij de uitvoering te weinig gelet op de gewenste verbetering van de gebieden. "De milieucondities zijn weliswaar verbeterd, maar in veel EHS-gebieden is de kwaliteit niet goed genoeg", vindt de Rekenkamer.

Zwakke punten zijn de hoeveelheid stikstof en verzurende stoffen in de bodem en de kwaliteit van het oppervlaktewater. "Er is nog geen duidelijk plan met concrete maatregelen om de milieucondities in de EHS-gebieden te verbeteren", stelt de Rekenkamer kritisch vast.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio