Bij mensen die thuis worden verpleegd, laat de coördinatie van artsen, verpleging en thuiszorg te wensen over. Soms leidt dat tot onnodige risico's en klagen helpt in de praktijk vaak niet. Dat concludeert de Inspectie voor de Gezondheidszorg in een rapport.
Patiënten worden tegenwoordig steeds sneller na een ziekenhuisbehandeling naar huis gestuurd. Eén op de drie weet niet wat hij of zij moet doen in geval van nood, of wanneer het nodig
is om contact op te nemen met de huisarts.
Daardoor blijven sommige patiënten onnodig doormodderen met klachten, zegt de Inspectie.
Tegenstrijdige adviezen
Chronisch zieken en patiënten die net uit het ziekenhuis zijn ontslagen, hebben thuis met verschillende instanties te maken zoals de huisarts, de thuiszorg, de verpleging en de apotheek. Die instanties geven soms tegenstrijdige adviezen, wat tot de nodige onzekerheid leidt bij patiënten.
Ook afstemming tussen de verschillende instanties ontbreekt.
In die situatie is het voor patiënten moeilijk om bij problemen iemand aan te spreken. Op papier heeft de Nederlandse patiënt genoeg mogelijkheden om zijn recht te halen, stelt de Inspectie, maar in de praktijk blijkt dat vaak anders.
Coördinatie
Drie jaar geleden constateerde de dienst al dat de samenwerking en de afspraken van huisartsen, specialisten, apothekers en thuiszorg voor chronisch zieken te wensen overliet. Sindsdien is die zogenoemde ketenzorg niet wezenlijk verbeterd.
De Inspectie pleit voor meer coördinatie en duidelijke afspraken tussen de verschillende partijen en met de patiënt.
Deel deze pagina