In de eerste twee weken van oktober worden de Nobelprijzen toegekend. Wie krijgen de gouden plakken dit jaar?
13 oktober: Nobelprijs voor de Vrede
Mohammed Yunus en de Grameen Bank uit Bangladesh hebben de Nobelprijs voor de Vrede gewonnen. De 66-jarige Yunus is de stichter van de bank en de grondlegger van het microkrediet.
Het Nobelcomité gunt Yunus en de bank de prijs wegens de belangrijke rol die de kredietverlening speelt bij het bestrijden van armoede en daarmee het bevorderen van duurzame vrede.
"Yunus heeft zichzelf laten zien als een leider die erin is geslaagd visies om te zetten in concrete actie ten faveure van miljoenen mensen, niet alleen in Bangladesh, maar ook in veel andere landen", aldus het comité.
Yunus stichtte de bank in 1976 om leningen te geven aan arme Bengali. Sindsdien heeft de Grameen Bank meer dan 5,1 miljard dollar geleend aan 5,3 miljoen mensen. Er wordt gebruik gemaakt van een systeem van 'solidariteitsgroepen' om ervoor te zorgen dat het geld wordt terugbetaald.
De medeleden van de groep staan garant voor de terugbetaling en steunen elkaars inspanningen bij economische vooruitgang.
Behalve de eer, krijgt Yunus en zijn bank ook een geldprijs van 1,1 miljoen euro. De prijs wordt uitgereikt op 10 december.
Voor een uitgebreid portret van Mohammed Yunus zie de rechterkant van deze pagina.
12 oktober: Nobelprijs voor de Literatuur
De Turkse schrijver Orhan Pamuk heeft de Nobelprijs voor de Literatuur gewonnen. Dat heeft de Koninklijke Zweedse Academie bekendgemaakt.
Pamuk is al jaren de meest succesvolle schrijver van Turkije. Belangrijkste thema's in zijn werk zijn de conflicten en tegenstellingen tussen oost en west, islam en christendom, traditie en moderniteit. Zijn boeken zijn vertaald in dertig talen.
Expliciete uitspraken over de Armeense kwestie en het gewapende conflict met de Koerden hebben hem in Turkije enige tijd tot een zeer controversieel persoon gemaakt. Pamuk dreigde zelfs vervolgd te worden omdat hij in een interview had gezegd dat er dertigduizend Koerden en een miljoen Armeniërs zijn vermoord in Turkije. "Niemand durft daarover te spreken, behalve ik", repliceerde hij.
In januari werd bekend dat justitie de aanklacht wegens belastering van de Turkse identiteit tegen Pamuk introk, omdat de betrokken wet ten tijde van het gewraakte interview nog niet van kracht was. Pamuks agent, Andrew Wylie, nam vorige week al een voorschot op Pamuks bekroning door de rechten op zijn boeken in vertaling niet automatisch te gunnen aan zijn vaste uitgevers, maar aan de hoogst biedende.
Aan de prijs is een bedrag van 1,1 miljoen euro verbonden.
Voor een uitgebreid portret van Orhan Pamuk zie de rechterkant van deze pagina.
9 oktober: Nobelprijs voor Economie
De Nobelprijs voor Economie is dit jaar toegekend aan de Amerikaan Edmund Phelps. De 73-jarige hoogleraar aan de Universiteit van Columbia krijgt de prijs voor zijn onderzoek naar het verband tussen inflatie en werkloosheid.
Daarbij gaat het met name om zijn aanpassing van de in de eind jaren zestig beroemde Philips-curve. Phelps ontdekte dat inflatie niet alleen afhankelijk is van de werkloosheid, iets waar de econoom A.W. Philips wel vanuit ging, maar dat inflatie ook alles te maken heeft met verwachtingen van bedrijven en werknemers over toekomstige prijs- en loonstijgingen.
Met zijn ontdekkingen heeft Phelps niet alleen veel invloed gehad op de economische wetenschap, maar ook op de macro-economische politiek, zo prijst de jury hem. De dingen die hij in de jaren zestig verzon, dienen al lange tijd als uitgangspunt voor het economisch beleid van overheden.
De Nobelprijs voor Economie ging vorig jaar naar de Amerikaanse Israëliër Robert Aumann en de Amerikaan Thomas Schelling. De Nederlander Jan Tinbergen was de eerste winnaar in 1969. Aan de prijs is een geldbedrag van 1,1 miljoen euro verbonden.
4 oktober: Nobelprijs voor de Scheikunde
De Amerikaanse wetenschapper Roger Kornberg krijgt de Nobelprijs voor de Scheikunde. Het Nobelcomité kent de 59-jarige Kornberg de prijs toe vanwege zijn onderzoek naar het kopiëren van genetische informatie in cellen.
Volgens de Zweedse Academie voor Wetenschappen is dat onderzoek van vitaal belang voor al het leven op aarde.
Kornberg, verbonden aan de Stanford Universiteit, krijgt de prijs meer bepaald voor zijn research naar "de moleculaire basis van eukaryotische transcriptie". Aan de prijs is een bedrag van 1,37 miljoen dollar verbonden.
Kornbergs vader, Arthur Kornberg, won in 1959 ook al een Nobelprijs, die voor de Geneeskunde. Kornberg senior kreeg de prijs destijds voor zijn onderzoek naar hoe genetische informatie kan worden overgebracht van de ene dna-molecule naar de andere.
Het is de zesde keer dat de Nobelprijs naar de zoon van een eerdere winnaar gaat. Het is één keer voorgekomen dat een dochter van een eerdere winnaar werd gelauwerd (Irène Joliot-Curie, dochter van Pierre Curie).
3 oktober: Nobelprijs voor de Natuurkunde
De Nobelprijs voor de Natuurkunde is dit jaar toegekend aan het Amerikaanse duo John C. Mather en George F. Smoot. Zij worden onderscheiden voor hun onderzoek naar het ontstaan van sterrenstelsels en sterren.
Mather en Smoot onderzochten zogenoemde kosmische achtergrondstraling die als 'echo van de oerknal' sinds het begin van het universum aanwezig is in het hele heelal. Daarvoor maakten ze onder meer gebruik van NASA-satelliet COBE.
Hun werk heeft wetenschappers geholpen bij hun onderzoek naar het begin van de wereld met de Big Bang theorie. Volgens deze theorie was het heelal in het begin erg heet. Naarmate het groter werd, koelde het af.
Mathers en Snoot ontdekten met behulp van de satelliet lichte temperatuurschommelingen in de 'oerknal-echo'. De informatie die ze van de satelliet ontvingen, leverde bewijs voor deze oerknal-theorie.
2 oktober: Nobelprijs voor de Geneeskunde
De Nobelprijs voor Medicijnen gaat dit jaar naar de Amerikanen Andrew Z. Fire en Craig C. Mello. Zij worden beloond voor hun baanbrekende genetische onderzoek. Met het onderzoek van de twee Amerikanen is het mogelijk om in de toekomst ziekten als kanker te bestrijden.
Het duo heeft onderzoek gedaan naar RNA-interferentie, een heet hangijzer in de moleculaire biologie. Via RNA-interferentie bepaalt een cel welke stoffen 'eigen' zijn en welke 'vreemd'. Door RNA-interferentie wordt onder meer de productie ongewenste eiwitten stilgelegd.
RNA zorgt in het lichaam voor de opbouw van stoffen die organen nodig hebben, zoals eiwitten, maagzuur en gal. De opbouw van die stoffen wordt geregisseerd en in de gaten gehouden door RNA-strengen die in de cel rondzwerven.
