De Nobelprijs voor Medicijnen gaat dit jaar naar de Amerikanen Andrew Z. Fire en Craig C. Mello. Zij worden beloond voor hun baanbrekende genetische onderzoek. Aan de prestigieuze prijs is een bedrag van één miljoen euro verbonden.
De beide Amerikanen hebben onderzoek gedaan naar RNA-interferentie, een heet hangijzer in de moleculaire biologie. Via RNA-interferentie bepaalt een cel welke stoffen 'eigen' zijn en welke 'vreemd'. Door RNA-interferentie wordt onder meer de productie ongewenste eiwitten stilgelegd.
RNA zorgt in het lichaam voor de opbouw van stoffen die organen nodig hebben, zoals eiwitten, maagzuur en gal. De opbouw van die stoffen wordt geregisseerd en in de gaten gehouden door RNA-strengen die in de cel rondzwerven.
Naast de regiefunctie spelen de RNA-strengen een belangrijke rol bij de bestrijding van indringers in de cel, zoals virussen.
Kanker
Met het onderzoek van de twee Amerikanen is het mogelijk om in de toekomst ziekten als kanker te bestrijden.
Fire (1959) is verbonden aan het Massachusetts Institute of Technology en de Stanford Universiteit. Mello (1960) werkt aan de Harvard Universiteit.
Deze week worden er meer Nobelprijzen bekendgemaakt. Op 13 oktober volgt de uitslag van de belangrijkste Nobelprijs, die van de Vrede.
