In Sri Lanka zijn zware gevechten uitgebroken tussen de Tamil Tijgers en het leger. De luchtmacht heeft een kamp van de rebellengroepering in het noordoosten van het eiland gebombardeerd.
Er zijn bij het zware bombardement veel slachtoffers gevallen, maar hoeveel is niet bekend. Tegelijkertijd proberen Sri Lankaanse grondtroepen het front te doorbreken aan de 'grens' tussen Sri Lanka en het noordelijke schiereiland Jaffna, dat in handen is van de rebellen.
Waterweg
De strijd tussen de Tamil Tijgers en het leger laaide afgelopen maand op rond een dispuut over een waterweg waar 15.000 mensen voor hun watervoorziening van afhankelijk zijn. Het zijn de zwaarste gevechten sinds het staakt-het-vuren dat in 2002 van kracht werd. Honderden Sri Lankanen zijn gedood en duizenden zijn dakloos geraakt.
Ondanks het geweld houden beide partijen vol dat ze het staakt-het-vuren nog steeds eerbiedigen. Het Sri Lankaanse leger stelt alleen de omstreden waterweg "veilig te stellen" . De Tamil Tigers waarschuwen echter voor een oorlog als het leger de "offensieve aanvallen" voortzet.
Hulpverleners
De ergste gevechten tot nu vonden plaats bij de stad Muttur. Daar kwamen vorige week ook 17 Sri Lankaanse hulpverleners om, die voor de Franse hulporganisatie ACF werkten. De meesten van hen waren van korte afstand doodgeschoten.
De Tamil Tijgers en de regering in Colombo beschuldigen elkaar van de moorden. De Verenigde Naties hebben om een onderzoek naar het incident in Muttur gevraagd. De directeur van ACF wil zelf afreizen naar Sri Lanka om te onderzoeken wie verantwoordelijk is.
Ook andere hulporganisaties zeggen dat het steeds moeilijker wordt om hun werk te doen. De hulpverlening is van vitaal belang voor veel Sri Lankanen, van wie een deel eind 2004 is getroffen door de tsunami.
Deel deze pagina