Verslaggever Gerri Eickhof bracht een bezoek aan het Zuid-Libanese dorp Hanaouay.
Hanaouay. Op één van de wegenkaarten staat er het symbool van toeristische trekpleister bij. Er zou een Phoenicische graftombe zijn en in de bergwanden rondom zijn tekens gekerfd die minstens drieduizend jaar oud zijn maar nog nooit begrepen, ook al is er wel eens iemand op gepromoveerd.
Er zou nu campagne worden gevoerd om deze plaats als internationaal erfgoed aan te duiden en zodoende met geld van de Verenigde Naties actie te kunnen ondernemen tegen de eigentijdse graffiti die de mysterieuze antieke kunstwerken tegenwoordig bedreigen.
Maar in deze dagen kent Hanaouay natuurlijk een heel andere dreiging. Dagelijks komen er onbemande Israëlische verkenningsvliegtuigjes over, de zogeheten drones, kort daarna gevolgd door straaljagers die bommen afwerpen. Ongeveer een tiende van de bebouwing is inmiddels getroffen. Ook ruïnes, maar geen archeologische. Eén van de puinhopen smeult nog, een huis dat met de grond gelijk is gemaakt, ik meen de restanten van twee bommen te zien.
We zijn naar het zuiden gegaan om te praten met de weinige mensen die nog zijn achtergebleven. Want hoewel vaak gemeld wordt dat de dorpen totaal verlaten zijn heb ik op Arabische en Amerikaanse zenders gezien dat als je een tijdje rondloopt er op zeker moment vaak toch wel wat bewoners opduiken. En hulporganisaties proberen tenslotte ook goederen af te leveren, dat zouden ze niet doen wanneer werkelijk iedereen gevlucht was.
Veilig en gevaarlijk
Aanvankelijk hadden we ook zo een konvooi met voedsel en medicijnen willen volgen, maar van de vele ritten die op het programma stonden wordt er maar één uitgevoerd, want Israël wil de veiligheid van de andere transporten niet garanderen.
Daarom hebben we uiteindelijk besloten toch maar in ons eentje te gaan, maar daardoor zijn we wel pas laat in de middag ten zuiden van de Litani, de rivier die de grens is tussen veilig en gevaarlijk. Hanaouay ligt ongeveer acht kilometer ten noorden van Israël. Onderweg hebben we gehoord dat Israël een fel offensief is gestart tegen het eerstvolgende dorp in zuidelijke richting.
Het gaat sneller dan verwacht. Binnen vijf minuten zien we een keurige man van een jaar of 45 lopen. Hij beweert dat het kapotte huis dat we nu staan te filmen van hem is of was. In de kelder zouden nog veertig familieleden zitten. Nou, die houden zich dan wel verrekte stil, ik geloof er niets van. En we mogen wel filmen, maar hij wil niet in beeld.
En zijn familieleden mogen we zelfs helemaal niet zien. Zie je wel, die zijn er dus niet, denk ik meteen. Cameraman Math slaagt er toch in wat van deze vent te registreren, al zorgt de man er wel voor dat hij nooit frontaal in beeld komt en legt hij de hand op de lens wanneer dat toch dreigt te gebeuren.
Het centrale plein van dit dorp, waarover geen statistische gegevens bekend zijn maar waarvan ik schat dat er normaal ongeveer 3000 mensen wonen, dat centrale plein wordt gesierd door een fantastische centrale boom. Het ligt een eind opzij van de hoofdweg, moeilijk te vinden als je niet weet waar het is, maar de man heeft ons erheen gebracht.
Achterblijvers
Hier treffen we ongeveer 15 andere achterblijvers. Vanuit een zijstraatje komt een oud baasje met stok in onze richting. Hij is 82 en heet Mohammed Abu Kris, zo vertelt hij. Hij zegt wel te willen vluchten, maar niemand wil hem wegbrengen.
Ik kijk eens naar de andere dorpelingen, allemaal gezond van lijf en leden, overwegend mannen die tegen auto's leunen. De oude Mohammed is hartstikke ziek, hij heeft een infectie in het gezicht, zijn gelaat is overdekt met bruine en gele korsten, een pukkel tussen zijn wenkbrauwen bloedt een beetje.
Van de mannen op het plein willen er drie absoluut niet in beeld. De anderen roepen dat ze Hezbollah door dik en dun steunen, ook al hebben de strijders zich nog nooit in hun dorp vertoond. De verkenningsvliegtuigjes komen dichterbij. Een vrouw spreekt ons in vloeiend Engels aan met een stem zo hard dat Math de opname onderbreekt, de demper moet op de microfoon voor dit mens.
Alweer krachtige Hezbollah-teksten. Ze vragen ons of we een Israëlische bom willen zien die onontploft nog in één van de huizen ligt. Intussen zie ik op ongeveer anderhalve kilometer een bom inslaan die wel ontploft. Hanaouay trilt een beetje. De dorpelingen kijken niet op of om.
Het huis van de onontplofte bom is opvallend groot. Hier wonen rijke mensen. Maar naar verluidt zijn ze gevlucht. Niemand wil zeggen hoe die familie heet. We mogen alleen de kamer zien waar de bom ligt, en de keuken. We zijn binnengekomen via het gat dat de bom in één van de muren heeft geslagen, en zo gaan we ook weer naar buiten.
Dat zou zo moeten omdat niemand de sleutel heeft. Maar opvallend genoeg worden we op straat alweer opgewacht door de jongeman die ons het scherpst in de gaten houdt en het meest fanatiek niet in beeld wil. Hij heeft dus een kortere route genomen, is via het deel van het huis dat wij niet mochten zien naar buiten gegaan, heeft kennelijk toch een sleutel.
SMS
Eenmaal op straat zijn er meer verkenningsvliegtuigjes en straaljagers in de lucht. Ze hangen nu zo laag dat je ze kunt zien, en dat is voor het eerst, maar zo hoog dat het geen zin heeft ze te filmen, "dat hou je niet over", zoals dat heet. Ik krijg een SMS van de collega's van RTL, die een dag eerder al in het gebied zijn geweest maar nu in Beiroet wilden blijven.
Ze zijn bezorgd want horen en zien op televisie dat het bij ons in de buurt stevig tekeer gaat. In dit soort omstandigheden telt concurrentie niet, we houden elkaar dagelijks voortdurend op de hoogte van wat we doen, zodat we op die manier ook elkaars veiligheid een beetje in de gaten kunnen houden. Math wil nu ook wel snel weg en waarschijnlijk is dat ook het beste. We hebben genoeg om de reportage te maken waarvoor we op pad zijn gegaan.
We lopen terug naar de centrale boom. Opnieuw valt me op dat er geen kinderen zijn in dit dorp. Achteraf zitten wel een paar jonge vrouwen, ze lezen boeken in de tuinen voor hun huis met uitzicht op de puinhopen van de verwoeste supermarkt.
Bij vertrek vraagt de Engelssprekende vrouw of zij nu omgekeerd ons mag interviewen. Dan kan ze het opnemen en uitzenden. Mijn vermoeden dat deze achterblijvers zelf de strijders zijn, die ze beweren nog nooit gezien te hebben, groeit.
En wordt versterkt wanneer radio-collega Joost vertelt dat hij heeft gezien dat één van de mannen een Thuraya bij zich heeft, de peperdure draagbare satelliettelefoon die een gewoon mens niet nodig heeft en niet aanschaft. En wanneer we vragen hoe de mensen die we gesproken hebben heten overleggen ze eerst om te bepalen hoe ze zichzelf zullen noemen.
Eenmaal bij de auto roepen we dat we geen tijd hebben om zelf nog interviews te geven omdat het nu toch echt te gevaarlijk wordt. De mensen lachen wat en wensen ons Allah's zegen op onze terugreis.
Opgestaan, plaats vergaan
Uiteindelijk weten we het niet met Hanaouay. Het zou kunnen dat deze mensen achterblijven om af en toe een raket op Haifa af schieten. Tel maar op: moderne communicatiemiddelen, kennelijk ook apparatuur om radio of televisie op te nemen en wellicht zelfs uit te zenden, geen kinderen, overwegend zeer vitale mannen waarvan er een paar niet in beeld willen, dat vreemde huis waarvan we een deel niet mochten zien, de valse namen.
Maar er is nog een mogelijkheid. Want wanneer ze waren uitgeschreeuwd over Hezbollah kwam vaak wat rustiger de uitleg dat ze de afgelopen jaren hier met hard werken en veel sparen hun bestaan en hun huis hadden opgebouwd en vreesden dat nooit meer te zullen terugkrijgen wanneer ze nu zonder meer het veld ruimden voor een Israëlische invasie. Opgestaan, plaatsje vergaan immers. Nee, dan maar liever erbij zijn wanneer de vijand het dorp binnenkomt en dan proberen te redden wat er nog te redden viel, zo was de redenering.
Als we wegrijden en achteromkijken zien we hoe iedereen meteen het plein verlaat. Behalve de oude Mohammed. Hanaouay. Wat was dat nou voor een dorp? En wat zal er van overblijven?
Deel deze pagina