Slangen en schorpioenen: het zijn niet de meest welkome gasten tijdens een welverdiende vakantie. Velen worden al afgeschrikt door de looks van de vaak giftige beestjes, maar het wordt pas helemaal een drama voor wie daadwerkelijk gebeten wordt.
Ook in eigen land neemt de kans op beten door giftige beesten met het jaar toe. Daarom krijgt Nederland een nationaal serumdepot.
Steeds vaker reizen slangen en schorpioenen ongewenst mee in de vakantiebagage, of in geïmporteerde groenten of fruit. Doordat er - door de strenge milieueisen - steeds mildere bestrijdingsmiddelen worden gebruikt bij importgoederen uit verre landen, overleven steeds meer vreemde dieren, met alle risico's van dien.
Engeland, België, Denemarken, Duitsland, Zwitserland, Zweden en Polen hebben al langer nationale serum-voorzieningen, maar ons land moest het tot nu toe doen met serum van dierentuinen. Zij hebben het kostbare tegengif echter nodig voor de eigen medewerkers.
Tegengif
Het Nederlands Vaccin Instituut wil in het nationaal serumdepot 25 soorten tegengif gaan verzamelen. De verschillende soorten worden in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid gekocht in de landen waar de giftige dieren veel voorkomen. Het gaat om twaalf leveranciers uit landen als Brazilië en Australië.
Het serumdepot, dat bij het RIVM in Bilthoven wordt gevestigd, zal 30.000 euro kosten en moet aan het eind van het jaar operationeel zijn.
Volgens schattingen van het Rotterdams Havenziekenhuis komt het ongeveer tien keer per jaar voor dat mensen door geïmporteerde giftige beesten gebeten worden.
Deel deze pagina
»
»
»