Dertig jaar na de dood van Franco probeert de Spaanse regering voor het eerst iets te doen aan de open wond die hij in het land heeft achtergelaten.
Door Rop Zoutberg, NOS-correspondent in Madrid.
Had Franco geweten dat hij dertig jaar na zijn dood nog altijd het middelpunt van het politieke debat is, dan was hij een tevreden man geweest. De generalissimo zag zichzelf als vadertje van het vaderland. Een diep gelovig man die alleen maar het beste voor Spanje had gezocht. Hij sliep tevreden in, met de gedachte dat in handen van koning Juan Carlos zijn politieke project werd voortgezet.
Het liep allemaal anders, zo weten we nu. De democratisering kwam onder leiding van de bleke koning al snel op gang, Spanje kreeg een flitsende grondwet en trad even later toe tot de internationale gemeenschap. Nooit, nooit meer zou het land in een politieke situatie eindigen als in 1933.
Partijen stonden toen lijnrecht tegen over elkaar en militairen onder leiding van de piepjonge generaal Franco grepen de macht. Een burgeroorlog volgde. Een dictatuur trad aan. Et cetera.
Weeffouten
Maar hoe modern en vrijgevochten Spanje uiteindelijk ook zou worden, in de politieke stroomversnelling zouden weeffouten ontstaan. De voornaamste was dat de grote partijen besloten het niet meer over het verleden te hebben.
Geen waarheidscommissie à la Zuid-Afrika, geen berechtingen à la Argentinië.
In Spanje gebeurde simpelweg niets. De dictatuur verdween, maar wie zich schuldig maakte aan misdaden onder de bescherming van generaal Franco bleef ongestraft.
Het zwijgen over het verleden uit angst voor een nieuwe burgeroorlog was wellicht begrijpelijk. Maar drie decennia later verwerd het zwijgen tot een smerige open wond van de samenleving. Vandaag probeert voor de allereerste keer een Spaanse regering er iets aan te doen.
Met de 'Ley de Memoria Histórica' beoogt de regering moreel eerherstel van de slachtoffers van Franco. Ook wil Zapatero dat 'foute' straatnaambordjes verdwijnen, en dat massagraven (nog iets van 30.000 Spanjaarden liggen ergens langs de kant van de weg) in kaart worden gebracht.
Bandiet
José Murillo kijkt me in zijn kleine huis in het zuiden van Madrid met felle ogen aan. Hij is nu 82 jaar oud, maar herinneringen aan de bijna vijftien jaar gevangenisstraf als 'bandiet' in de kerkers van Franco zijn levendig. "Nooit is erkend dat er mensen waren die hun leven waagden in de strijd tegen de dictatuur", zegt Murillo.
Murillo merkt de lange arm van Franco tot de dag van vandaag. De jaren dat hij vast zat telden nooit mee voor zijn pensioenopbouw. Hij krijgt als gevolg maandelijks het minimum bedrag van 300 euro.
Deel deze pagina

»
»
»