Ricardo terug in Nederland

Ricardo Nasser (13) uit Rotterdam was samen met zijn vader George op vakantie in Libanon. Door de gevechten tussen Israël en Hezbollah kon hij niet weg. Tot vrijdag. Zijn moeder Olga de Krieger, die in Nederland is gebleven, doet verslag. 



Nous avons de la patrie...



Rotterdam, 28 juli - Het zag er niet goed uit, vandaag. De vader van Ricardo is sinds gisteravond niet meer mobiel bereikbaar. De ambassade, UNIFIL en ik probeerden tevergeefs te bellen om ze te zeggen dat ze mee moesten met het konvooi van het Rode Kruis dat die avond zou vertrekken.

Misschien wel hun laatste kans, gezien het oprukkende front en de grimmige nieuwsberichten. De kansen op een nieuw konvooi waren vandaag zeer gering, al deed de ambassade haar uiterste best om de UNIFIL-top ervan te overtuigen zo'n transport toch doorgang te laten vinden.

In het dorp heerst grote paniek. Het is overladen met vluchtelingen uit de hele regio. Het is het laatste dorp dat nog niet aangevallen is. Er zijn voedseltekorten en er heersen cholera en andere besmettelijke ziekten.

De mensen zitten er als ratten in de val. Aan de ene kant het front en aan de andere kant de Israëlische grens. De kans is heel groot dat de strijdende partijen het vanavond en vannacht tot hun strijdveld zullen maken.

Mensen die een auto hebben besluiten te vertrekken nu het nog kan, met alle risico's van dien. Ook de vader van Ricardo neemt het besluit. Hij legt alle adviezen om het niet te doen naast zich neer. Liever gedood op de vrije vlucht, dan opgesloten in een schuilplek.

Overal halen ze lakens vandaan, die ze over hun auto's heen hangen. Om negen uur 's ochtends zet de vluchtelingencolonne koers richting Beiroet.

Ik sterf duizend doden. Ik ben woest dat hij zulke risico's neemt met de kinderen. Tegen elf uur heeft de mobiele telefoon plotseling weer bereik. Ze zijn al voorbij Tyrus. Ongelofelijk!

Mijn wanhoop wordt hoop en naarmate de tijd verstrijkt wordt het zekerheid. Zekerheid dat Ricardo terug komt. Om kwart over drie belt hij vanuit de ambassade. Een half uur later zit hij op de boot naar Cyprus en morgen komt hij aan in Nederland!

Just another day 

Rotterdam, 27 juli - Door de telefoon vertel ik Ricardo dat twee van zijn vriendinnen langs zijn geweest om naar hem te informeren. Alle vrienden hebben een boodschap op een grote kaart van een witte puppy met een roos in zijn bekje geschreven. Hij is hoorbaar aangedaan.

Aïn Ebel heeft vannacht weer zwaar onder vuur gelegen. Ongeveer de helft van alle huizen in het eens zo pittoreske dorpje is nu verwoest. Alle inwoners moeten vertrekken naar het veiliger gelegen Rmaech. Het is de vierde keer dat Ricardo moet verhuizen naar een nieuw schuiladres. Ze zullen de nacht doorbrengen in een kerk, in afwachting van een volgend konvooi, dat natuurlijk weer onzeker is. 

Alle eerdere reddingsacties zijn tot nu toe mislukt. Deze week weer, toen een militaire konvooi van de vredesmacht UNIFIL ze weg zou halen. De bussen werden bestormd door hysterische dorpsgenoten, er werd gevochten om plekken. Ricardo en zijn familie bleven achter.

En nu misschien wel nog een nacht en nog een... 

Maar we leven bij het moment. Je weet nooit wat de dag brengen zal en erger: de nacht. Ook oma, die haar hele leven in Aïn Ebel in hetzelfde huis heeft gewoond dat nu kapot is, moet mee. En Raya, de geestelijk gehandicapte huishoudster die al tientallen jaren deel van de familie uitmaakt.

De ambassade belt tegen de avond: of ik contact kan krijgen met George. Er vertrekt onverwachts een Rode Kruiskonvooi uit Rmaech naar Beiroet. "Ze kunnen beter met de eigen auto meerijden dan op het volgende konvooi wachten", zegt de ambassademedewerker. De situatie verslechtert met het uur, het front verplaatst zich westwaarts en de gevechten intensiveren.

Niemand kan hen bereiken. De Israëliërs schakelen 's avonds het mobiele netwerk uit. De ambassade legt contact met het konvooi: of ze op zoek willen gaan naar de familie. Het Rode Kruis heeft weinig tijd: er zijn veel gewonden en zieken. Voor het donker wordt moeten ze terug in Beiroet zijn. 

De tijd verstrijkt. Er komt geen telefoontje van Ricardo uit Beiroet. Het wordt weer een slapeloze nacht, gevolgd door een angstig telefoontje in de vroege ochtend. Een nieuwe dag van bellen, hopen en proberen...

Stilte voor de storm

Rotterdam, 23 juli - Het is zondag in Aïn Ebel. Bijna een gewone zondag. Alleen is de supermarkt open en kunnen de mensen niet naar de zondagmis omdat de kerk vol zit met vluchtelingen uit de omliggende dorpen. 

Ricardo stapt stoer naast zijn vader terwijl ze dozen water en voedingsmiddelen dragen die je tegen het gebruik in nu meteen moet afrekenen. Het is echt mannenwerk, want de straten in Aïn Ebel zijn heel steil.

In Nederland bellen Alina's broer (Alina is de stiefmoeder van Ricardo, red.) en ik alle ambassades af op zoek naar hulp. De Franse ambassade had ons donderdag een helikopter beloofd. "Zet uw koffers maar klaar, zodat u meteen mee kunt als hij arriveert",  hadden ze van de ambassade tegen George gezegd. 

Na dagenlang vergeefs bellen en nog eens bellen met wie we maar konden verzinnen, waren we spontaan in zingen uitgebarsten: "Nous allons de la patrie, le jour de gloire est arrivé..." We vergaven Zidane zijn stommiteit en betreurden met terugwerkende kracht dat Frankrijk de finale had verloren. Dat we te vroeg gezongen hadden bleek later. 

De Israëlische autoriteiten gaven geen toestemming. Niet op donderdagochtend, niet op donderdagmiddag en ook niet op vrijdagochtend. Op zondag waren er calamiteiten in Tyrus. 

Meer dan een week lang nu waren ze dag en nacht bestookt met bombardementen. De raketten richting Israël suisden over hun hoofden. Er vlogen voortdurend helikopters en F16's over. "Ze vliegen zo laag", zegt Alina, "dat het lijkt of ze het dak raken. Ze komen ineens uit het niets opduiken." 

Ricardo was het binnen zitten zat, vertelt ze verder en ging een balletje trappen. "Ik heb hem gillend naar binnen getrokken, de stukken metaal van de bommen vlogen met grote kracht in het rond!"

"Stilte voor de storm", zeg ik tegen Vivian. "We moeten vandaag iets bereiken voor het weer misgaat." Maar we bereiken niets meer. 's Nachts barst het geweld heviger dan ooit los. Enkele huizen worden getroffen.

Boven op de berg staat het standbeeld van de heilige Maria. Zou ze de smeekbedes van de wanhopige Aïn Ebelers horen tussen de raketinslagen door? 



Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio